In de zaak rond de spectaculaire kunstroof uit het Drents Museum ontkent één van de hoofdverdachten iedere betrokkenheid, terwijl andere verdachten juist hebben bekend en afspraken hebben gemaakt met het Openbaar Ministerie.
De 35-jarige Bernhard Z. stelt via zijn advocaat dat hij niets met de inbraak te maken heeft en geen deal heeft gesloten met justitie.
Dat staat in contrast met twee medeverdachten, de 37-jarige Douglas W. en de 21-jarige Jan B., die hun rol wél hebben toegegeven en afspraken hebben gemaakt met het OM.
Met behulp van hun verklaringen zijn belangrijke delen van de buit teruggevonden, waaronder de beroemde gouden Helm van Cotofenesti en twee van de drie gestolen armbanden. De roof, waarbij inbrekers met geweld een deur forceerden en vitrines vernielden, leverde een buit op met een geschatte waarde van 5,7 miljoen euro. Eén armband is nog altijd spoorloos.
Volgens het dossier zijn er aanwijzingen die richting Bernhard Z. wijzen. Zo zou zijn DNA zijn aangetroffen op kleding die kort na de inbraak in een vuilnisbak werd gevonden. Daarnaast zou hij spullen hebben aangeschaft die mogelijk bij de roof zijn gebruikt.
Ondanks deze aanwijzingen blijft de verdachte ontkennen. Door zijn houding en het ontbreken van een overeenkomst met het OM, dreigt het strafproces langer te duren dan de oorspronkelijk geplande drie zittingsdagen. Justitie doet geen inhoudelijke uitspraken over de gemaakte afspraken met de andere verdachten.

