Oud-advocaat Inez Weski is door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot 42 dagen gevangenisstraf. Omdat dit gelijkstaat aan de tijd die zij in voorarrest heeft doorgebracht, hoeft zij niet opnieuw de cel in.
De rechtbank oordeelt dat Weski een rol heeft gespeeld binnen de criminele organisatie rond haar voormalige cliënt Ridouan Taghi. Volgens de rechter fungeerde zij na diens arrestatie in 2019 als doorgeefluik van berichten tussen Taghi en personen buiten de Extra Beveiligde Inrichting in Vught.
De communicatie zou onder meer zijn gegaan over financiële en organisatorische zaken binnen het netwerk, waaronder drugshandel, grote geldbedragen en investeringen. Volgens de rechtbank gaf Weski berichten door, stelde zij vragen namens Taghi en bracht zij antwoorden terug binnen het netwerk.
Voor die communicatie zou zij gebruik hebben gemaakt van onder meer een speciale telefoon en later usb-sticks. De berichten werden volgens het vonnis in codetaal uitgewisseld vanuit de EBI.
De rechtbank stelt dat Weski wist wat zij deed en bewust heeft bijgedragen aan het in stand houden van communicatie binnen het criminele netwerk. Daarmee zou zij het netwerk hebben gefaciliteerd.
Het Openbaar Ministerie had eerder een celstraf van 4,5 jaar geëist. Volgens justitie fungeerde Weski als schakel tussen Taghi en zijn omgeving, waaronder zijn zoon die volgens het OM werd voorbereid op een leidende rol.
De rechtbank zegt geen bewijs te zien dat Weski onder dwang handelde. Wel wordt meegewogen dat zij haar advocatenpraktijk verloor en inmiddels met gezondheidsproblemen kampt.
Weski zelf beroept zich op haar geheimhoudingsplicht als advocaat, maar volgens de rechtbank geldt die niet voor de wijze waarop zij de communicatie heeft doorgegeven. De verdediging stelde daarnaast dat het OM fouten heeft gemaakt in het onderzoek, onder meer rond de omgang met vertrouwelijke communicatie en de interpretatie van chats.

