Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tot 11 jaar cel geëist tegen zeven verdachten voor grootschalige handel in cocaïne, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

De zaak tegen de verdachten kwam aan het rollen nadat in 2017 een man 64-jarige man uit Uitgeest werd aangehouden met 200.000 euro in zijn koffer. Na de geldvangst startte de FIOD een onderzoek waarna er meerdere aanhoudingen volgden. De 38-jarige schoonzoon, 32-jarige dochter en 62-jarige echtgenote van de man uit Uitgeest zijn aangemerkt als verdachte en opgepakt.

Het onderzoek werd voortgezet en later hebben agenten twee Braziliaanse mannen van 31 en 33 jaar oud, een 40-jarige man uit Hilversum en een 44-jarige man uit Almere aangehouden op verdenking van betrokkenheid. Volgens het OM vormden de verdachten een organisatie die grote partijen cocaïne vervoerde. Vanuit Brazilië werden sporttassen verstopt tussen de deklading van zeecontainers.

Uit onderzoek blijkt volgens justitie verder dat de financiële huishouding van de verdachten niet klopt. Zo staat de 38-jarige man sinds augustus 2012 in Nederland ingeschreven maar zijn er geen inkomsten van hem bekend bij de belastingdienst. Van een legale bron van inkomsten zou geen sprake zijn. De verdachten zouden met crypto- en PGP-telefoons hebben gecommuniceerd om uit zich van de politie te blijven.

Tegen de 38-jarige schoonzoon heeft het OM 11 jaar celstraf geëist, de schoonvader en zijn dochter hoorden beiden 4,5 jaar cel tegen zich eisen. Tegen de Braziliaanse mannen heeft de officier van een straf van 4 en 4,5 jaar geëist en tegen de mannen uit Hilversum en Almere is respectievelijk 16 maanden en 30 maanden celstraf geëist.