Foto ter illustratie. © Pexels / Pixabay

Kabinet wil eerder DNA-afname al voor veroordeling bij ernstige misdrijven om ‘opsporing te verbeteren’

Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend dat het mogelijk moet maken om bij verdachten van ernstige misdrijven direct na aanhouding DNA-materiaal af te nemen.

Nu mag dat pas na een veroordeling, maar volgens minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz is dat te laat. Het voorstel is bedoeld om te voorkomen dat verdachten zich aan DNA-afname onttrekken en om de effectiviteit van de DNA-databank te vergroten.

Volgens de huidige wetgeving worden veroordeelden pas na het uitzitten van hun straf opgeroepen voor DNA-afname. In de praktijk blijkt ongeveer tien procent van hen dan onvindbaar. Dat heeft directe gevolgen voor de opsporing van andere strafbare feiten, zeker omdat veel veroordeelden recidiveren. De DNA-databank speelt daarbij een cruciale rol: opgeslagen profielen kunnen worden vergeleken met sporen uit onopgeloste zaken, wat geregeld leidt tot nieuwe doorbraken.

Het nieuwe voorstel regelt dat het DNA direct na aanhouding wordt afgenomen, maar nog niet meteen wordt onderzocht. Pas als de verdachte wordt veroordeeld, mag het materiaal worden geanalyseerd en het profiel toegevoegd aan de databank. Bij vrijspraak wordt het DNA vernietigd. Volgens het kabinet is deze werkwijze juridisch verdedigbaar, omdat het onderzoek pas start als schuld is vastgesteld. Daarmee worden de privacyrechten van onschuldige verdachten gerespecteerd.

Dader Bart van U. als aanleiding

Een belangrijke aanleiding voor het wetsvoorstel is de zaak rond Bart van U., die in 2015 de toenmalige D66-politica en oud-minister Els Borst om het leven bracht. Van U. bleek al eerder te zijn veroordeeld voor een geweldsdelict, maar had geen DNA afgestaan omdat hij zich aan de oproep onttrok. In 2015 vermoordde hij vervolgens ook zijn eigen zus. Als zijn DNA-profiel eerder in de databank was opgenomen, had de politie hem mogelijk in een eerder stadium kunnen opsporen.

De zaak leidde tot veel politieke ophef en zette het systeem rond DNA-afname op scherp. In 2019 stelde de Inspectie Justitie en Veiligheid vast dat de naleving van de DNA-afnameplicht ernstig te wensen overliet. In de jaren erna werden maatregelen genomen om de uitvoering te verbeteren, maar het probleem van de ‘onvindbare veroordeelden’ bleef bestaan.

Opsporing en herhaling

Justitie benadrukt dat het belang van een betrouwbare en volledige DNA-databank groot is, vooral bij de aanpak van gewelds- en zedendelicten. Uit onderzoeken blijkt dat veroordeelden die eerder in aanraking zijn geweest met de politie vaker opnieuw de fout ingaan. Een snelle koppeling van DNA aan een misdaad kan nieuwe slachtoffers voorkomen.

Het kabinet wijst erop dat het voorstel in lijn is met ontwikkelingen in andere landen, waar directe afname van DNA bij aanhouding al mogelijk is. Ook wordt opgemerkt dat het voorstel niet gaat om ‘vooraf straffen’, maar om een waarborg dat noodzakelijk bewijsmateriaal veilig wordt gesteld.

Het wetsvoorstel is inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer. Als beide Kamers akkoord gaan, kan de nieuwe regeling in werking treden. Volgens Justitie is het een noodzakelijke stap in de modernisering van de opsporingspraktijk en een belangrijk instrument om te voorkomen dat daders onder de radar blijven.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X