Het gerechtshof in Den Haag heeft op 3 april 2025 een 42-jarige man veroordeeld tot 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens een gewelddadige groepsverkrachting in 2001 in het centrum van Rotterdam.
Het gaat om een coldcase die pas ruim twintig jaar later werd opgelost dankzij een DNA-match. De man, destijds 18 jaar oud, werd ook veroordeeld voor het bezit van heroïne.
Doorbraak na DNA-match via Belgische strafzaak
De verdachte kwam pas in 2021 in beeld nadat hij in België voor een andere strafzaak DNA moest afstaan. Dat DNA-profiel bleek overeen te komen met een spoor dat in 2001 op het lichaam van het slachtoffer werd aangetroffen. Hiermee kwam het oude onderzoek in een stroomversnelling. Naast zijn betrokkenheid bij de verkrachting, bleek hij bij zijn aanhouding ook 74 gram heroïne op zak te hebben. Hiervoor kreeg hij eerder een straf van tien weken, maar werd hij destijds vrijgesproken van de verkrachting. Het hof heeft deze vrijspraak nu vernietigd.
Het hof acht bewezen dat de verdachte samen met andere jongens in de nacht van 31 maart op 1 april 2001 een jonge vrouw heeft verkracht. De vrouw bevond zich in een kwetsbare positie: ze had geen geld of telefoon en probeerde naar huis te komen. De jongens deden zich voor alsof ze haar wilden helpen, maar brachten haar naar een afgelegen plek waar ze haar – verlamd van angst – om de beurt op brute wijze hebben misbruikt: oraal, anaal en vaginaal.
De rechters spraken van een mensonterende behandeling en benadrukten dat de daders bewust misbruik maakten van de situatie waarin het slachtoffer zich bevond. Volgens het hof voedt dit soort misdrijven angsten onder vrouwen die zich ‘s nachts alleen op straat begeven, en ondermijnt het gevoel van veiligheid in de samenleving.
Andere dader in 2001 al veroordeeld
Een van de mededaders, die ten tijde van het misdrijf 15 jaar oud was, werd in 2001 al veroordeeld tot twaalf maanden jeugddetentie. In de huidige zaak eiste het Openbaar Ministerie in hoger beroep een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest. Het hof sloot zich daarbij aan, al gaf het aan dat een gevangenisstraf van 36 maanden oorspronkelijk passend zou zijn geweest. Vanwege het lange tijdsverloop tussen het misdrijf en de uiteindelijke veroordeling werd de straf gematigd.
Naast de gevangenisstraf moet de veroordeelde man ook een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer. De vrouw liet tijdens de zitting weten dat ze haar verhaal naar buiten brengt in de hoop andere vrouwen te inspireren hun angst of schaamte te overwinnen en aangifte te doen. Het hof erkende de moed van het slachtoffer en benadrukte het belang van gerechtigheid, zelfs na vele jaren.
De zaak onderstreept volgens justitie het belang van het bewaren van DNA-materiaal bij ernstige misdrijven. Dankzij moderne analysetechnieken en internationale samenwerking kunnen coldcases als deze alsnog tot veroordelingen leiden, al gebeurt dat soms pas tientallen jaren later.


