De rechtbank heeft een 48-jarige man uit Nijmegen veroordeeld voor het bezit van honderd kilo procaïne, een middel dat vaak wordt gebruikt om cocaïne mee te versnijden.
De man kreeg een celstraf van 180 dagen opgelegd, waarvan 177 dagen voorwaardelijk, en daarnaast een taakstraf van 180 uur.
De zaak kwam aan het licht nadat een postbezorger begin september 2024 een verdacht pakket ontdekte en de politie inschakelde. In het pakket zat procaïne. Agenten bezorgden het pakket zonder inhoud bij het woonadres van de verdachte, die de zogenoemde postbezorger vroeg het in zijn berging neer te zetten. Daar trof de politie nog drie pakketten aan, samen goed voor circa honderd kilo van het middel.
Volgens de rechtbank had de man kunnen en moeten begrijpen dat er iets niet in de haak was. Hij nam regelmatig pakketten aan die niet op zijn naam of die van de opdrachtgever stonden en ontving daar contant geld voor. De pakketten werden later opgehaald door een man uit Arnhem of diens chauffeur. Hoewel de Nijmegenaar verklaarde dat hij slechts sporadisch vroeg of het om drugs ging en zelf niet wist wat erin zat, acht de rechtbank hem verantwoordelijk voor de inhoud.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man. Hij kampt met een hardnekkige cocaïneverslaving en heeft financiële en psychische problemen. De reclassering ziet deze factoren als risico’s, maar wil hem toch een kans geven om met begeleiding zijn leven op orde te krijgen.
Daarom koos de rechtbank voor een grotendeels voorwaardelijke celstraf, met een proeftijd van drie jaar en strikte voorwaarden. De man moet zich melden bij de reclassering, meewerken aan behandeling en zorgen voor een vaste dagbesteding. De rechter benadrukte dat normaal gesproken een veel langere gevangenisstraf op dit soort zaken staat, maar dat de verdachte één laatste kans krijgt om zich te bewijzen.

