De rechtbank in Zutphen heeft een 32-jarige man veroordeeld tot 95 dagen celstraf voor het bedreigen van zijn partner en haar dochter, het mishandelen van de dochter en het bezit van ongeveer 45 gram MDMA.
Daarnaast kreeg hij een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur opgelegd met een proeftijd van drie jaar.
Op 2 augustus 2024 stichtte de man brand in zijn woning door benzine op de salontafel aan te steken met een aansteker. Tegelijkertijd bedreigde hij zijn partner en haar dochter, waarbij hij de dochter met een mes aanviel en het mes op haar vingers drukte, wat pijn en verwondingen veroorzaakte. Kort na het incident werd de man aangehouden. Hij bekende het bezit van MDMA, maar ontkende de bedreigingen en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging en mishandeling van de dochter, evenals het drugbezit, overtuigend bewezen zijn. Vanwege een psychische stoornis wordt de man deze daden in verminderde mate aangerekend. De aanklacht voor brandstichting werd deels verworpen: hoewel er gevaar was voor zijn eigen goederen, vond de rechtbank niet bewezen dat er risico was voor anderen of andermans eigendommen. Hiervoor werd hij vrijgesproken.
De man zat 95 dagen in voorarrest en is eerder vrijgelaten onder strikte voorwaarden. Omdat hij al voldoende tijd heeft uitgezeten, hoeft hij niet terug naar de gevangenis.
Wel moet hij zich tijdens de driejarige proeftijd houden aan een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, woonbegeleiding, een drugs- en alcoholverbod, en schuldhulpverlening. Ook moet hij zorgen voor een gestructureerde dagbesteding. Deze maatregelen, die al van kracht waren, moeten de kans op herhaling minimaliseren.

