Theo G. moet vijftien jaar de gevangenis in voor de moord op zijn 35-jarige ex-vriendin in Katwijk.
Na zijn celstraf moet de 43-jarige man verplicht tbs ondergaan. De rechtbank in Den Haag acht bewezen dat hij zijn ex-vriendin met voorbedachte raad heeft gedood.
De vrouw werd op 7 april 2023 dood gevonden in haar woning. Op haar bovenlichaam waren ongeveer dertig steek- en snijwonden zichtbaar en naast haar lichaam lag een grote plas bloed. Daarmee kwam een einde aan een relatie die volgens de rechtbank al langere tijd turbulent was.
G. had de relatie in februari 2023 zien eindigen. Daarna ging het volgens de rechtbank steeds slechter met hem. Hij kreeg vanuit verschillende kanten hulp, maar wist daar naar eigen zeggen onvoldoende houvast aan te ontlenen.
Dat de moord niet in een opwelling ontstond, weegt zwaar mee in het oordeel van de rechtbank. In de weken voor de steekpartij zou G. het plan hebben opgevat om zijn ex-vriendin te doden.
Begin april schreef hij bovendien een afscheidsbrief aan familie en vrienden, waarin hij schreef dat hij na zijn dood met zijn ex-vriendin wilde zijn. Ook schreef hij: “Het spijt me dat jullie ons moeten missen.”
De politie vond daarnaast op zijn computer zoekopdrachten die volgens de rechtbank passen bij de voorbereiding van de moord. Zo werd gezocht naar ‘halsslagader’, ‘halsslagader doorsnijden’ en ‘athame’, een term voor een rituele dolk. De rechtbank zag een verband tussen die zoekopdrachten, de dolk en de manier waarop de vrouw om het leven was gebracht.
Na de moord verliet G. de woning en ging hij naar de twaalfde verdieping van een andere flat. Tijdens een telefoongesprek met een medewerker van 112 vertelde hij dat hij zijn ex-vriendin had vermoord. Vervolgens dreigde hij zelf van het gebouw te springen. De politie stuurde een onderhandelaar naar de flat, waarna zijn moeder hem telefonisch wist over te halen zijn leven niet te beëindigen.
Tijdens de rechtszaak hield G. vol dat hij zijn ex-vriendin uit zelfverdediging had gedood. Hij verklaarde dat hij naar haar woning was gegaan om een Xbox op te halen en daar eerst koffie van haar had gekregen. Vervolgens zou zij hem volgens zijn verklaring plotseling hebben aangevallen.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechters is zijn verklaring niet aannemelijk en was er geen sprake van een noodweersituatie. De omstandigheden rond de moord, de eerdere voorbereidingen en de aangetroffen zoekopdrachten wijzen volgens de rechtbank juist op een vooropgezet plan.
De vrouw werd door mensen uit haar omgeving omschreven als iemand die klaarstond voor anderen. Buren en familie konden volgens de beschrijving altijd bij haar terecht voor een praatje, een “bakkie en peukie”.
Het Openbaar Ministerie had 21 jaar gevangenisstraf geëist. De rechtbank legt een lagere straf op omdat G. lijdt aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Naast de vijftien jaar gevangenisstraf volgt daarom tbs met verplichte behandeling.

