De rechtbank Den Haag heeft een 25-jarige man vrijgesproken van het veroorzaken van een ontploffing en poging tot brandstichting op 25 januari 2024 in een woning aan de Steijnlaan in Den Haag.
Bij het incident kwam de medeverdachte, een vriend van de verdachte, om het leven door een explosie van vuurwerk dat hij zelf had aangestoken.
Incident leidde tot fatale ontploffing
De verdachte was samen met zijn vriend naar de Steijnlaan gereden. Tijdens de autorit had de vriend om de aansteker van de verdachte gevraagd. Eenmaal aangekomen bij de woning gaf de verdachte een flesje met benzine aan zijn vriend. De vriend goot de inhoud in de brievenbus en stak vervolgens een Cobra 6 aan. Het vuurwerk ontplofte direct in zijn handen, wat leidde tot ernstige verwondingen waaraan hij later overleed.
Openbaar Ministerie: geen medeplegen, wel medeplichtigheid
Volgens het Openbaar Ministerie (OM) was er geen sprake van een bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn vriend om de ontploffing of poging tot brandstichting teweeg te brengen. Het OM oordeelde echter dat de verdachte wel behulpzaam was geweest door benzine aan te reiken en een aansteker te lenen, waardoor hij schuldig zou zijn aan medeplichtigheid. Het OM eiste hiervoor een celstraf van 360 dagen, waarvan 303 voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur.
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van zowel medeplegen als medeplichtigheid. Hoewel er enige betrokkenheid bleek uit de feiten, kon niet worden vastgesteld dat de verdachte wist of had moeten weten wat zijn vriend van plan was. Het blijft onduidelijk wat er precies is besproken tijdens de autorit naar Den Haag. De verdachte ontkende vanaf het begin op de hoogte te zijn van de intenties van zijn vriend.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte te veroordelen en sprak hem vrij van alle aanklachten.

