De Douane heeft op woensdag 22 mei bij een controle in de Rotterdamse haven 206 kilogram cocaïne onderschept.
De verdovende middelen zaten verstopt in een container met cassave en vertegenwoordigen een groothandelswaarde van ruim vijf miljoen euro. De vangst toont opnieuw aan hoe hardnekkig de smokkel via de haven blijft.
De container was afkomstig uit Panama, een land dat bekendstaat als een belangrijk doorvoerland voor Zuid-Amerikaanse cocaïne richting Europa. Na aankomst in de Rotterdamse haven werd de container gelost bij een bedrijf in het Westland. Uit onderzoek blijkt dat dit bedrijf niets met de smokkel te maken heeft. De cassave was bestemd voor een onderneming in Portugal, wat erop wijst dat de drugs vermoedelijk verder Europa in moesten worden gesmokkeld.
De vondst werd gedaan tijdens een reguliere controle, wat onderstreept hoe belangrijk standaardprocedures zijn in de strijd tegen drugssmokkel. De cocaïne was zorgvuldig tussen de wortelgewassen verstopt, vermoedelijk om de lading zo onopvallend mogelijk te houden voor de autoriteiten.
Het HARC-team, een gezamenlijk samenwerkingsverband van Douane, FIOD, Zeehavenpolitie en het Openbaar Ministerie in Rotterdam, onderzoekt de zaak verder. Dit team is gespecialiseerd in het aanpakken van georganiseerde drugshandel via de Rotterdamse haven, die al jaren wordt gezien als een van de belangrijkste toegangspoorten voor cocaïne naar Europa.
De onderschepte partij drugs is inmiddels vernietigd. De autoriteiten doen geen uitspraken over mogelijke aanhoudingen of verdachten in deze fase van het onderzoek.
De Rotterdamse haven blijft ondanks de intensieve controles een populair doelwit voor internationale drugskartels. Jaarlijks worden hier duizenden containers verwerkt, wat het voor criminelen aantrekkelijk maakt om verdovende middelen te verstoppen tussen legitieme goederen. De Douane en andere opsporingsdiensten zetten dan ook stevig in op risicoselectie, innovatieve controlemethoden en internationale samenwerking om smokkel te voorkomen.

