Oorlog / explosie
Foto ter illustratie. © Pexels / Pixabay

Moeder (49) uit Naaldwijk krijgt 7 jaar na IS-verblijf en inzet zoon als kindsoldaat in Syrië

De rechtbank Den Haag heeft een 49-jarige vrouw veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar vanwege haar rol in het faciliteren van de rekrutering van haar minderjarige zoon door terreurorganisatie IS in Syrië.

De zaak wordt door de rechtbank gekwalificeerd als uitzonderlijk ernstig, onder meer omdat het gaat om medeplichtigheid aan een oorlogsmisdrijf waarbij een kind werd ingezet in een gewapende organisatie.



De vrouw reisde in 2014 samen met haar toen 13-jarige zoon en 14-jarige dochter vanuit Nederland naar Syrië.

Volgens de rechtbank was zij voorafgaand aan de reis al langere tijd in contact met personen die verbonden waren aan IS en had zij zich voorbereid op vertrek naar het gebied dat destijds onder controle stond van de organisatie.

Via Turkije reisde zij uiteindelijk door naar Syrië, waar zij zich bij een IS-strijder aansloot en zich vestigde in verschillende door IS gecontroleerde gebieden.

In de jaren die volgden groeiden haar kinderen op in het conflictgebied. De zoon van de vrouw kwam terecht in zogenoemde trainingskampen van IS, waar hij militaire en religieuze instructies zou hebben ontvangen.

Later werd hij ingedeeld bij onderdelen van de zogenaamde militaire politie van IS en kreeg hij een wapen en een beperkte financiële vergoeding binnen de organisatie. In 2017 kwam hij om het leven tijdens bombardementen in de omgeving van Raqqa.

Volgens de rechtbank heeft de vrouw door haar handelen niet alleen bijgedragen aan het in stand houden van de aanwezigheid van IS in het gebied, maar ook toegestaan dat haar kinderen werden geïntegreerd in de structuren van de organisatie.

Daarmee heeft zij volgens de rechter het risico op rekrutering en inzet van haar zoon als kindsoldaat bewust laten ontstaan en voortbestaan.

De rechtbank spreekt daarbij van medeplichtigheid aan een oorlogsmisdrijf, omdat het inzetten van kinderen in gewapende groepen internationaal als een fundamentele schending van humanitair recht wordt gezien.

Ook oordeelt de rechtbank dat de vrouw haar kinderen zonder toestemming van de andere ouder uit Nederland heeft weggehaald onder het voorwendsel van een vakantie, waarna zij definitief naar Syrië reisde.

Daarnaast wordt haar verweten dat zij in de periode in het IS-gebied actief heeft bijgedragen aan het dagelijks functioneren van het huishouden binnen de organisatie, waardoor zij indirect het extremistische systeem zou hebben ondersteund.

De rechtbank hield bij de strafoplegging rekening met de uitzonderlijke context van de zaak, waaronder het langdurige verblijf in oorlogsgebied en de omstandigheden in kampen na de val van het zogenaamde kalifaat.

Toch acht de rechter de ernst van de feiten dermate groot dat een onvoorwaardelijke celstraf van zeven jaar noodzakelijk is.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X