Hoewel het aantal meldingen over nepagenten de afgelopen maanden niet verder is opgelopen, blijft de schade die deze vorm van oplichting aanricht groot.
In 2025 registreerde de politie ongeveer 13.000 incidenten waarbij criminelen zich voordeden als agent. Vooral ouderen worden geraakt, zowel financieel als emotioneel.
Volgens Sybren van der Velden Walda, landelijk projectleider Senioren en Veiligheid, is het lichte afvlakken van het aantal incidenten deels te danken aan intensieve voorlichting. Door gezamenlijke campagnes van politie en media zijn meer mensen alert geworden en wordt vaker direct contact opgenomen met de meldkamer zodra er twijfel ontstaat over de identiteit van een vermeende agent. Dat vergroot de kans dat pogingen worden verijdeld voordat er slachtoffers vallen.
Toch lukt het criminele netwerken nog dagelijks om mensen onder druk te zetten. De werkwijze is professioneel en strak georganiseerd. Vanuit callcenters worden in korte tijd grote groepen senioren gebeld, terwijl handlangers klaarstaan om langs te gaan bij mensen die in het verhaal trappen. Zodra de politie signalen opvangt, worden waarschuwingssystemen zoals Burgernet ingezet, maar dat kan niet altijd voorkomen dat iemand alsnog wordt misleid.
Opvallend is dat de tactiek van de daders is veranderd. Slachtoffers worden tegenwoordig zo lang mogelijk aan de telefoon gehouden, totdat er iemand voor de deur staat. Die voortdurende druk maakt het lastig om na te denken of hulp in te schakelen. De criminelen spelen daarbij in op angst en vertrouwen, vaak met persoonlijke gegevens die elders zijn buitgemaakt en binnen het criminele circuit circuleren.
Naast sieraden en contant geld zijn bankpassen en pincodes steeds vaker onderdeel van de buit. Slachtoffers krijgen te horen dat er problemen zijn met hun rekening en worden zogenaamd doorverbonden met een bankmedewerker. Zo raken sommige ouderen in korte tijd hun volledige spaargeld kwijt, met ingrijpende gevolgen voor hun welzijn en toekomstperspectief.
De politie wist vorig jaar meer dan zeshonderd verdachten aan te houden en honderden zaken over te dragen aan het Openbaar Ministerie. Daarbij ligt de focus niet alleen op de uitvoerders aan de deur, maar vooral op de organisatoren op de achtergrond. Door betere landelijke informatie-uitwisseling worden verbanden sneller gelegd en onderzoeken gebundeld.
Toch benadrukt de politie dat waakzaamheid noodzakelijk blijft. Het geregistreerde aantal incidenten geeft volgens betrokkenen geen volledig beeld, omdat niet iedereen melding doet. Slachtoffers wordt daarom opgeroepen zich altijd te melden, ook als er geen schade is ontstaan. Dat helpt niet alleen bij opsporing, maar biedt ook toegang tot ondersteuning voor wie getroffen is.

