Ruim 35 jaar na de verdwijning van Duncan Zwakke heeft het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van twaalf jaar geëist tegen een 63-jarige man uit Zutphen.
De man wordt verdacht van moord op Zwakke, die in oktober 1989 spoorloos verdween. Het lichaam van het slachtoffer werd nooit gevonden, maar volgens het OM is er voldoende bewijs om de man alsnog te vervolgen en veroordelen.
Duncan Zwakke was 31 jaar oud toen hij op dinsdag 17 oktober 1989 voor het laatst werd gezien in het centrum van Zutphen. Sindsdien ontbreekt ieder spoor. Ondanks het ontbreken van een stoffelijk overschot of forensisch bewijs, stelt het OM dat de verdachte zijn slachtoffer heeft vermoord. De zaak behoort tot de oudste coldcase-zaken van Nederland.
De officier van justitie erkende dat het om een complexe zaak gaat, vooral vanwege het tijdsverloop van meer dan drie decennia. Desondanks stelt het OM dat de verklaring van een getuige uit november 1989 de zaak opnieuw in beweging bracht. Deze getuige verklaarde destijds dat de verdachte enkele weken na de verdwijning aan hem had opgebiecht hoe hij Zwakke zou hebben gedood. Volgens deze verklaring lokte de verdachte zijn slachtoffer naar een kelder onder een restaurant om een kluis te laten monteren, waar hij Zwakke vervolgens doodschoot. Het lichaam zou zijn verdwenen met behulp van een haastig bestelde gehaktmolen, die later onvindbaar bleek. Ook zou de verdachte een ladder in de kelder hebben ingekort, vermoedelijk om sporen te wissen.
Het OM stelt dat deze verklaring betrouwbaar is en inmiddels is ondersteund door aanvullend onderzoek. Zo had de verdachte toegang tot een vuurwapen, bestelde hij inderdaad een gehaktmolen en zijn er meer getuigenverklaringen die zijn betrokkenheid ondersteunen. De verdachte en het slachtoffer waren bovendien op de dag van de verdwijning samen gezien en de verdachte was de laatste persoon die Zwakke levend heeft gezien. Een geloofwaardig alibi ontbreekt.
Een eerdere poging om de man te vervolgen strandde, mede vanwege het destijds gehanteerde uitgangspunt “geen lichaam, geen strafbaar feit”. De zaak werd toen geseponeerd. Dat uitgangspunt geldt inmiddels niet meer en met toestemming van de rechter-commissaris werd de zaak heropend.
In maart 2024 deed de politie opnieuw onderzoek in een kelder aan de Nieuwstad in Zutphen, maar dat leverde geen sporen op van het slachtoffer of van geweld. De verdachte werd in april vorig jaar opnieuw aangehouden, maar werd later vrijgelaten in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Het OM benadrukte dat de geëiste straf van twaalf jaar past binnen het strafklimaat van 1989, toen voor moord doorgaans lagere straffen werden opgelegd dan tegenwoordig. De rechtbank doet over enkele weken uitspraak.


