Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf van 18 maanden geëist tegen Peter Gillis, bekend van het programma Massa is Kassa.
Volgens justitie heeft de ondernemer opnieuw belastingregels overtreden via zijn vakantieparkenbedrijf.
De zaak draait om de vennootschapsbelasting van zijn onderneming Oostappen Groep over de jaren 2020 en 2021. Het OM stelt dat aangiften te laat en bovendien onvolledig zijn ingediend, wat heeft geleid tot een belastingnadeel van ongeveer één miljoen euro. Naast de celstraf eist justitie ook forse geldboetes tegen de betrokken bedrijven, oplopend tot in totaal ruim 1,3 miljoen euro.
Volgens de officier van justitie heeft Gillis structureel regels genegeerd en onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor zijn financiële verplichtingen. Daarmee zou hij het belastingstelsel hebben ondermijnd, iets waar de fiscus en het OM de laatste jaren steeds harder tegen optreden, zeker bij ondernemers met grote bedrijfsstructuren.
De verdediging schetst een ander beeld. Gillis stelt dat de problemen zijn ontstaan nadat zijn vaste accountant in 2020 vertrok. Pas twee jaar later zou een nieuwe accountant zijn gevonden, waardoor de aangiften vertraging opliepen. Ook zegt hij dat hij bepaalde correspondentie over de belastingaangiften niet heeft gezien en dat hij juist medewerkers heeft aangespoord om alles op tijd te regelen. Zijn advocaat, Mark Hendriks, pleit daarom voor vrijspraak en benadrukt dat er geen sprake zou zijn van opzet.
De belastingzaak staat niet op zichzelf. In april 2025 werd Gillis al veroordeeld voor soortgelijke feiten over de periode 2014 tot en met 2019. Toen kreeg hij een celstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan de helft voorwaardelijk. In die zaak loopt nog een hoger beroep.
Daarnaast hangt hem nog een andere strafzaak boven het hoofd, waarin hij wordt verdacht van mishandeling van zijn ex-partner Nicol Kremers. Daarmee stapelen de juridische problemen zich op voor de ondernemer, die al langer onder een vergrootglas ligt van justitie en toezichthouders.
De rechtbank doet naar verwachting op 7 mei uitspraak in de belastingzaak.

