Het Openbaar Ministerie (OM) heeft hoge straffen geëist tegen Khaled al N. en zijn twee zonen voor de moord op zijn 18-jarige dochter Ryan uit Joure.
Tegen de vader werd 25 jaar cel geëist, terwijl zijn zonen Mohamed en Muhanad twintig jaar cel boven het hoofd hangt. Volgens het OM handelt het hier om een met voorbedachte rade gepleegde moord, waarbij familieleden betrokken waren bij de uitvoering.
Ryan werd op 28 mei vorig jaar levenloos aangetroffen in een moeras bij de Oostvaardersplassen.
Het OM stelt dat de moord voortkwam uit de overtuiging van de familie dat Ryan “te westers” leefde en hiermee de familie-eer had geschonden. Uit appberichten blijkt dat er lange tijd werd gesproken over manieren om haar te doden, waarbij Mohamed zelfs een plan voorstelde met een giftige plant. Op de dag van de moord haalden de broers Ryan op bij een vriend, ondanks haar weerstand, en volgden zij de instructies van hun vader om haar mond te knevelen en haar lichaam in het water te dumpen.
Bij het slachtoffer werd onder andere zes meter tape aangetroffen om haar mond en neus af te plakken en haar handen op de rug te binden. DNA van Khaled werd zowel op de tape als onder Ryan’s nagels gevonden, vermoedelijk door een worsteling. Geluidsfragmenten en stappentellergegevens van de familieleden tonen bovendien aan dat zij aanwezig waren op de plaats van de moord en actief deelnamen aan het plan.
Hoewel de broers volhouden dat hun vader de moord heeft gepleegd en zij zelf onschuldig zijn, benadrukt het OM dat zij verantwoordelijk zijn voor hun aandeel. Volgens de officier van justitie is het ongeloofwaardig dat de zonen niet hebben beseft dat hun vader werkelijk tot moord in staat was. Het OM kwalificeert de moord als een eermoord en een vorm van femicide, een misdrijf dat in Nederland nog niet apart in de wet is vastgelegd.
De rechtbank heeft een derde zittingsdag gereserveerd voor de pleidooien. De uitspraak in deze zaak is gepland op 5 januari. De strafeisen laten zien dat het OM de rol van de vader en zonen als ernstig beschouwt en dat de rechterlijke macht het belang van familie-eer niet als excuus voor geweld accepteert.

