Het Openbaar Ministerie in Noord-Nederland heeft tegen een 35-jarige vrouw uit Groningen een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden geëist.
De vrouw wordt verdacht van dood door schuld na het overlijden van haar acht maanden oude zoontje in januari 2024.
Het kind werd op dinsdagochtend 2 januari levenloos aangetroffen in de slaapkamer door de vader. Het jongetje lag in de ruimte tussen het bed en de muur. De avond ervoor had de moeder het kind uit het ledikant gehaald en bij zich in bed gelegd, iets wat zij vaker deed. De vader sliep die nacht in een andere ruimte.
Uit onderzoek blijkt dat de baby al eerder in de ruimte tussen bed en muur terecht was gekomen. Ondanks waarschuwingen van haar partner werd het gat tussen bed en muur opgevuld met een kussen en dekbed, maar volgens deskundigen bleef er sprake van een onveilige slaapomgeving.
Het Openbaar Ministerie stelt dat het kind vermoedelijk is gestikt in het beddengoed in die ruimte. De officier van justitie verwijt de vrouw dat zij ernstig onvoorzichtig heeft gehandeld, terwijl zij zich bewust was van de risico’s. Daarbij speelt ook mee dat zij op dat moment cocaïne zou hebben gebruikt.
Volgens het OM had de situatie voorkomen kunnen worden als het kind op een veilige plek in bed was gelegd of als de ruimte anders was afgeschermd. De officier benadrukte dat de gevaren van los beddengoed voor baby’s algemeen bekend zijn.
Tegelijkertijd wijst het OM op de persoonlijke omstandigheden van de vrouw na het overlijden. Uit rapportages blijkt dat zij haar leven heeft proberen te veranderen en vrijwillig in behandeling is gegaan voor haar middelengebruik.
Bij het bepalen van de strafeis weegt volgens het OM zwaar mee dat een kind is overleden door de situatie, maar ook dat de verdachte voor de rest van haar leven met de gevolgen moet omgaan. De rechtbank doet later uitspraak.

