Het Belgische Openbaar Ministerie heeft celstraffen tot twintig jaar geëist tegen drie gevangenen die worden verdacht van een gruwelijke marteling in de gevangenis van Antwerpen.
Volgens justitie hebben zij in maart 2024 een 41-jarige medegevangene drie dagen lang mishandeld, verkracht en vernederd.
Het slachtoffer werd door zijn celgenoten ten onrechte beschuldigd van pedofilie. Wat volgde was een reeks gruwelijkheden: zijn tanden werden uitgeslagen, hij werd overgoten met kokend water, gedwongen zijn eigen uitwerpselen te eten en seksueel misbruikt met een bezemsteel. Ook bonden de daders zijn geslachtsdeel af. De man moest onder een deken blijven liggen en werd gedwongen te zwijgen, waardoor bewakers niets merkten.
De martelingen duurden zo’n 72 uur en vonden plaats terwijl het gevangenispersoneel in staking was. Hoewel die actie slechts 24 uur duurde, begonnen de misstanden al eerder en gingen ze ook daarna nog door. Uiteindelijk werd de gevangene ontdekt in kritieke toestand en overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij twee weken opgenomen bleef.
Naast de drie hoofdverdachten, die vervolgd worden voor poging tot moord, staan ook twee andere gedetineerden terecht omdat zij niet ingrepen tijdens de martelingen. Vakbonden leggen de verantwoordelijkheid deels bij de overheid en wijzen op de structurele problemen van overbevolking en personeelstekort in Belgische gevangenissen. De rechtbank in Antwerpen doet later uitspraak.

