De agenten die tijdens de jaarwisseling in Nieuwegein een man neerschoten, worden niet vervolgd.
Volgens het Openbaar Ministerie was er sprake van een levensgevaarlijke situatie en hebben de betrokken politieleden rechtmatig gehandeld.
In de nacht van 31 december 2025 op 1 januari 2026 kreeg de politie een melding over een bedreigende situatie tijdens een besloten feest.
Een man zou daar hebben gezegd dat hij een wapen had en betrokken zijn geweest bij het in brand steken van twee auto’s. De man stond bij de politie bekend als iemand die eerder geweld had gebruikt en mogelijk wapengevaarlijk was.
Agenten troffen de man kort na middernacht aan in de bosrijke omgeving. Hij had meerdere messen bij zich en reageerde volgens de politie nauwelijks op aanwijzingen. Ook onderhandelaars slaagden er niet in om contact met hem te krijgen.
Daarop werd een arrestatieteam ingezet. De politie probeerde de man eerst onder controle te krijgen met onder meer lawaaigranaten, een politiehond en een stroomstootwapen. De man stak de hond meerdere keren met een mes en vluchtte vervolgens verder het bos in.
Toen de man later met twee getrokken messen op leden van het arrestatieteam afliep, werd eerst geprobeerd hem met niet-dodelijke middelen te stoppen. Nadat dit geen effect had, schoten twee agenten op hem. De man werd geraakt in zijn arm en been en kon daarna worden aangehouden.
De Rijksrecherche onderzocht het handelen van de agenten, zoals gebruikelijk wanneer iemand gewond raakt door politiegeweld. Het OM concludeert dat de inzet van het vuurwapen gerechtvaardigd was.
Volgens de officier van justitie was er op dat moment geen ander effectief middel beschikbaar om de dreiging weg te nemen.
De agenten moesten voorkomen dat zij of anderen ernstig gewond zouden raken of zouden overlijden. Daarom ziet het OM geen aanleiding om de betrokken agenten strafrechtelijk te vervolgen.

