Het Openbaar Ministerie Noord-Holland heeft besloten geen vervolging in te stellen naar aanleiding van een aangifte die zanger Marco Borsato eind 2021 deed tegen een vrouw en haar dochter.
De aangifte had betrekking op smaad, laster en het doen van een valse aangifte en vloeide voort uit beschuldigingen in een afzonderlijke zedenzaak die destijds in behandeling was bij het Openbaar Ministerie Midden-Nederland.
Na bestudering van het dossier concludeert de officier van justitie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot vervolging over te gaan. In het strafdossier zijn geen concrete aanknopingspunten gevonden die nader onderzoek rechtvaardigen. Op basis daarvan is besloten de zaak tegen de vrouw te seponeren.
Voor de dochter geldt dat zij volgens het OM überhaupt niet als verdachte kan worden aangemerkt. In het dossier zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op betrokkenheid bij een strafbaar feit. Zij zal daarom niet worden vervolgd.
Bij de afweging heeft het Openbaar Ministerie ook meegenomen dat Borsato begin februari via zijn advocaten heeft laten weten de strafzaak niet langer te willen doorzetten. Die wens is meegewogen, maar was niet doorslaggevend. Doorslaggevend bleef volgens het OM het ontbreken van voldoende bewijs om tot vervolging over te gaan.
Met het sepot is definitief een einde gekomen aan de strafrechtelijke procedure die volgde op de aangifte van de zanger.

