Het Openbaar Ministerie vervolgt een politieagent niet voor het schietincident waarbij op 10 juni een verdachte in zijn heup werd geraakt aan de Stationsweg in Den Haag.
Volgens het OM was het gebruik van het dienstwapen in deze situatie rechtmatig en proportioneel.
De politie was die ochtend ter plaatse na een melding over een man die luid schreeuwde en zijn woning vernielde. Toen agenten het pand binnengingen, troffen zij de bewoner aan met een zwaard in zijn handen. Op een krappe overloop bovenaan een steile trap zou de man vervolgens op de agenten zijn afgestapt.
Volgens het OM bevonden de agenten zich in een directe dreigende situatie. De verdachte werd eerst gewaarschuwd, maar gaf daaraan geen gehoor. Omdat het gevaar acuut was en er geen tijd was om een stroomstootwapen in te zetten, besloot een van de agenten te schieten. De kogel raakte de man in zijn heup.
Het slachtoffer is na het incident naar het ziekenhuis gebracht voor behandeling. Twee dagen later kon hij het ziekenhuis weer verlaten. Over de verdere strafrechtelijke afhandeling van zijn gedrag is niets bekendgemaakt.
Het Openbaar Ministerie heeft het volledige dossier beoordeeld en concludeert dat de agent handelde binnen de geldende geweldsinstructies. De omstandigheden, waaronder de beperkte ruimte, de aanwezigheid van een steekwapen en de directe dreiging, speelden daarbij een doorslaggevende rol. Alle betrokkenen zijn inmiddels geïnformeerd over het besluit van justitie.

