Het Openbaar Ministerie heeft vooralsnog geen aanwijzingen gevonden dat het Iraanse regime betrokken is bij de schietpartij waarbij op 19 maart in Schoonhoven een 36-jarige man van Iraanse afkomst werd neergeschoten.
De man, die als ICT’er bij de politie werkte en zich openlijk keerde tegen het regime in Iran, was op sociale media zeer actief met zijn politieke standpunten.
De verdachte in de zaak is de 27-jarige Hasan B., afkomstig uit Turkije. Hij verbleef als asielzoeker in Duitsland en wordt verdacht van poging tot doodslag. B. heeft toegegeven dat hij het slachtoffer heeft beschoten, maar stelt dat hij nooit de bedoeling had hem te doden.
Volgens zijn eigen verklaring richtte hij bewust op de arm. Hij zegt dat hij slechts één keer heeft geschoten. Daarbij benadrukte hij dat zijn semiautomatische pistool was doorgeladen en dat hij meerdere keren had kunnen schieten als hij daadwerkelijk van plan was geweest het slachtoffer om het leven te brengen. Ook zegt B. dat hij het slachtoffer niet kende en niet wist wie hij was.
Dat verhaal staat haaks op de lezing van het OM. Volgens de officier van justitie was de schietpartij geen toevallige confrontatie, maar het resultaat van een vooraf bedacht plan. B. zou al twee dagen vóór de schietpartij in Schoonhoven zijn gesignaleerd en het slachtoffer hebben geobserveerd. Ook kocht hij vooraf een pet die hij tijdens de aanval droeg.
Het gebruikte pistool werd later teruggevonden op ongeveer vier minuten rijden van de plaats waar de schietpartij plaatsvond.
Na het incident zou B. met een Toyota Yaris naar Abcoude zijn gereden. De auto werd daar achtergelaten en vervolgens vervolgde hij zijn reis met een Uber naar Amsterdam. Daar liet hij zich tussen 11.00 en 13.00 uur masseren in een massagesalon in het centrum.
Daarna werd B. door een man uit Leidschendam naar Duitsland gebracht. Zes dagen na de schietpartij, op 25 maart, werd hij in Dortmund aangehouden. Dat gebeurde in samenwerking met de Duitse autoriteiten. Op 29 mei werd hij aan Nederland overgeleverd. Sindsdien zit hij vast in de gevangenis van Ter Apel.
De mogelijke achtergrond van de aanval krijgt in het onderzoek bijzondere aandacht vanwege het profiel van het slachtoffer. De 36-jarige man was een uitgesproken tegenstander van het Iraanse regime en riep via sociale media andere Iraniërs op om informatie over militaire doelwitten te delen. Op Instagram vierde hij bovendien de dood van ayatollah Khamenei. Zijn account had ongeveer 40.000 volgers.
Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid hield er eerder rekening mee dat Iran mogelijk achter de aanval zat. In het strafrechtelijke onderzoek heeft het OM daarvoor tot nu toe echter geen aanwijzingen gevonden. Het onderzoek naar de vraag of er opdrachtgevers of ronselaars achter de schietpartij zitten, is nog niet afgerond.
Onderzoekers verrichten onder meer aanvullend DNA-onderzoek aan de Toyota Yaris die vermoedelijk bij de vlucht is gebruikt. Daarmee wordt geprobeerd meer duidelijkheid te krijgen over de mogelijke betrokkenheid van anderen bij de voorbereiding en uitvoering van de aanval.
B. ontkent in ieder geval iedere betrokkenheid bij het Iraanse regime. Volgens hem weet hij niets van een eventuele opdracht vanuit Iran. Zijn advocaat schetste tijdens de eerste pro-formazitting bovendien een beeld van een verdachte die ten tijde van de gebeurtenissen psychisch ernstig in de problemen zat. Volgens de verdediging kampte B. onder meer met verslavingen aan crack en alcohol en zou hij door onbekenden zijn gemanipuleerd.
De advocaat stelt dat deze personen misbruik zouden hebben gemaakt van de kwetsbare situatie van zijn cliënt en hem bewust zouden hebben misleid. De rechter heeft inmiddels ingestemd met een psychologisch onderzoek naar B.
De eerste pro-formazitting heeft inmiddels plaatsgevonden. De zaak komt op 11 november opnieuw voor de rechtbank tijdens een volgende pro-formazitting. De inhoudelijke behandeling staat gepland voor 3 februari volgend jaar.
Het slachtoffer heeft aangegeven tijdens de strafzaak gebruik te willen maken van zijn spreekrecht.

