Een ontvoerde Spanjaard zag nog maar één uitweg om aan zijn bewakers te ontsnappen: hij sprong uit een rijdende auto.
Ondanks zijn val wist hij een tankstation te bereiken en alarm te slaan. Zijn ontsnapping leidde uiteindelijk tot een internationale politieoperatie waarbij tien verdachten zijn aangehouden.
De man was op 15 februari in Antwerpen ontvoerd. Zijn familie sloeg alarm nadat ze via versleutelde communicatieplatforms telefoontjes en videobeelden van hem hadden ontvangen.
Daarin probeerde hij zijn naasten gerust te stellen en vertelde hij dat ze elkaar snel weer zouden zien zodra hij enkele zaken had geregeld. Achter die boodschap ging volgens de onderzoekers een gewelddadige gijzeling schuil.
De ontvoerders hielden hem ongeveer anderhalve week vast en mishandelden hem zwaar. De aanleiding zou een verdwenen partij van 500 kilo cocaïne zijn geweest.
De Spanjaard werd ervan verantwoordelijk gehouden dat de drugs verloren waren gegaan tijdens het vervoer van Spanje naar Nederland. Voor zijn vrijlating zou 600.000 euro zijn geëist.
Na zijn ontvoering werd de man naar een bedrijfspand in België gebracht waar opslagboxen werden verhuurd. Volgens de politie gebruikte de organisatie deze ruimtes om slachtoffers gevangen te houden. Bewakers met zware vuurwapens hielden toezicht, terwijl ontvoerden werden mishandeld en gemarteld.
De Spanjaard zag tijdens zijn gevangenschap hoe bij een ander slachtoffer drie vingerkootjes werden geamputeerd. Ook zag hij een tweede persoon die in een toestand van extreme bewusteloosheid verkeerde. De politie onderzoekt wat er met deze en mogelijk andere slachtoffers is gebeurd.
Na meerdere dagen werd de Spanjaard naar een appartement in Nederland overgebracht. Daar zat hij opgesloten met een andere ontvoerde persoon. Ook in de woning werd hij opnieuw mishandeld.
Toen de bende hem later met een auto terug naar België vervoerde, besloot hij te vluchten. Uit angst voor zijn leven sprong hij uit het rijdende voertuig en belandde hij in een ravijn. Ondanks die val slaagde hij erin een tankstation te bereiken, waar hij om hulp vroeg.
Volgens de onderzoekers ging het niet om een groep die uitsluitend voor eigen rekening opereerde. De organisatie zou ontvoeringen hebben uitgevoerd in opdracht van andere criminele netwerken. Binnen de groep waren de taken verdeeld: sommige verdachten bewaakten slachtoffers, anderen zouden de martelingen hebben uitgevoerd of de ontvoerden hebben vervoerd. Een deel van de betrokkenen zou daarvoor betaald zijn.
De Spaanse Policía Nacional onderzocht de zaak samen met Europol en Nederlandse autoriteiten. De eerste arrestaties volgden op 24 februari in Nederland. Zeven verdachten werden opgepakt, onder wie de huurder van het appartement en de eigenaar van het bedrijfspand met de opslagboxen.
Op 24 september volgde een tweede actieronde in Spanje. Daar werden nog eens drie verdachten aangehouden. Onder hen waren de vermoedelijke leider van de organisatie, zijn rechterhand en de vermeende kopman van het drugssmokkelnetwerk waarvoor het slachtoffer zou hebben gewerkt.
Alle tien verdachten worden onder meer verdacht van deelname aan een criminele organisatie en ontvoering. Negen van hen zitten in voorlopige hechtenis.
Het onderzoek loopt nog. In doorzochte panden zijn bloedsporen en DNA-materiaal gevonden van de Spaanse man en andere personen.
De onderzoekers proberen vast te stellen van wie dat materiaal afkomstig is en of er meer slachtoffers zijn gemaakt. Nieuwe arrestaties worden niet uitgesloten.

