Een inspecteur van de politie-eenheid Oost-Brabant heeft gedurende bijna een jaar onbevoegd taken uitgevoerd als hulpofficier van justitie (hOvJ).
De geldigheid van zijn certificaat, nodig voor het uitvoeren van deze taken, bleek te zijn verlopen.
Ontdekking en melding
De situatie kwam aan het licht in december 2024, toen de inspecteur zelf een aanvraag indiende voor de jaarlijkse verlenging van zijn certificaat. Hij ontdekte toen dat de geldigheid reeds op 18 januari 2024 was verlopen en meldde dit direct bij zijn leidinggevende. Een oriënterend onderzoek door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten wees uit dat er geen opzet in het spel was. Het ging om een menselijke fout, waarbij de inspecteur de verloopdatum van het certificaat verkeerd had ingeschat.
Onbevoegde taken
Tussen januari en december 2024 voerde de inspecteur ongeveer 140 keer taken uit als hOvJ zonder geldig certificaat. Deze taken omvatten onder meer het toetsen van de rechtmatigheid van aanhoudingen en het beslissen over inverzekeringstelling of vrijlating van verdachten. Hoewel hij onbevoegd was, werd bevestigd dat de inspecteur wel aan alle vakbekwaamheidseisen voldeed en een verlenging van het certificaat slechts een formaliteit zou zijn geweest.
Gevolgen en maatregelen
Het Openbaar Ministerie van Oost-Brabant is onmiddellijk geïnformeerd. In strafzaken waarbij de inspecteur betrokken was, wordt een proces-verbaal toegevoegd waarin wordt uitgelegd dat hij onbevoegd handelde. De inspecteur heeft zijn taken als hOvJ per direct neergelegd en volgt nu opnieuw de benodigde opleiding.
De politie benadrukt dat het zijn van hulpofficier van justitie een neventaak is binnen zijn functie. Daarnaast zijn maatregelen genomen om soortgelijke fouten in de toekomst te voorkomen, zoals een verbeterde controle op certificeringsdata.

