Een rechtbank in New York heeft een document vrijgegeven dat wordt omschreven als een vermeende afscheidsbrief van Jeffrey Epstein.
Het stuk, dat dateert uit 2019, was jarenlang niet toegankelijk en kwam nu naar buiten na een verzoek van de krant The New York Times.
Volgens Amerikaanse media zou het document zijn opgesteld in de periode rond een eerdere zelfmoordpoging van Epstein in zijn cel. Een voormalige celgenoot verklaart dat hij het briefje zou hebben aangetroffen nadat Epstein bewusteloos werd gevonden. Die lezing is echter niet onafhankelijk bevestigd, en er bestaat geen zekerheid dat het handschrift daadwerkelijk van Epstein afkomstig is.
In de tekst staan onder meer opmerkingen waarin hij stelt dat hij “maandenlang is onderzocht zonder dat er iets is gevonden” en verwijzingen naar “het zelf kunnen bepalen van het moment van afscheid”. De inhoud van het document heeft in de VS opnieuw aandacht getrokken, mede omdat het jarenlang buiten de openbaarheid bleef.
Jeffrey Epstein overleed later in 2019 in zijn cel in afwachting van zijn strafzaak. De officiële doodsoorzaak werd vastgesteld als zelfdoding door de medische autoriteiten in New York, al bleef de zaak wereldwijd onderwerp van discussie en speculatie.
Epstein stond centraal in een groot onderzoek naar uitbuiting en mensenhandel met minderjarige meisjes. Hij had jarenlang contacten binnen invloedrijke kringen in politiek, zakenleven en entertainment. In 2008 sloot hij een schikking met justitie in Florida en kreeg hij een celstraf van 13 maanden. Jaren later werd hij opnieuw gearresteerd op nieuwe verdenkingen van misbruik en mensenhandel.
De vrijgave van het document zorgt opnieuw voor vragen over de omstandigheden rond zijn detentie en overlijden, een onderwerp dat sinds 2019 regelmatig tot internationale discussie en speculatie leidt.

