De rechter heeft vrijdag geoordeeld dat de Staat Corné H. geen voorrang hoeft te geven op een plek in een tbs-kliniek. H. werd in 2024 veroordeeld voor een gijzeling in Ede en gijzelde op 5 december 2025 meerdere medewerkers in de gevangenis in Vught.
Zijn advocaten hadden een kort geding aangespannen om voorrang op de wachtlijst af te dwingen. H. wacht inmiddels ruim een jaar op een kliniekplek. In die periode hebben meerdere gewelddadige incidenten plaatsgevonden waarbij hij zichzelf verwondde.
Eerder werd vastgesteld dat H. autisme en PTSS heeft en stemmen hoort. Zijn advocaten, die al voor de gijzeling in Vught waarschuwden voor een dergelijk incident, omschrijven hem als onberekenbaar.
De rechter stelt in zijn uitspraak onomwonden vast dat het tbs-systeem volledig is vastgelopen. Op dit moment wachten 273 mensen op een plek in een tbs-kliniek. Hoewel de Staat werkt aan oplossingen, verwacht de rechter niet dat die op korte termijn voor extra plaatsen zorgen. Juist omdat de Staat tekortschiet tegenover alle wachtenden, kan dat volgens de rechter geen reden zijn om H. individueel voorrang te verlenen boven de anderen op de lijst.
De advocaten van H., Petra Breukink en Jan-Jesse Lieftink, lieten weten dat bij hun cliënt teleurstelling overheerst. Ze overwegen hoger beroep en zeggen te blijven vechten voor zowel het vastgelopen systeem als voor H. persoonlijk.
De tbs-wachtlijstproblematiek is al jaren een bekend knelpunt in de Nederlandse justitiële keten. Gedetineerden die zijn veroordeeld tot tbs verblijven tijdens de wachttijd in een reguliere gevangenis, een omgeving die vaak niet is toegerust op de zware psychiatrische problematiek van deze groep.
Dat leidt regelmatig tot incidenten, zoals de gijzeling in Vught, waarbij zowel gedetineerden als personeel in gevaar komen.

