Ridouan Taghi mag zich vanaf 1 november alleen nog met toestemming van de minister van Justitie en Veiligheid laten bijstaan door advocaten in het Marengo-proces.
Dat volgt uit een nieuwe wet die de contacten van gedetineerden in zwaarbeveiligde instellingen zoals de EBI in Vught verder inperkt.
Volgens de regelgeving mogen gedetineerden in de EBI maximaal twee advocaten hebben voor vertrouwelijk contact. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk na goedkeuring van het ministerie en bij bijzondere omstandigheden.
De wet is ingevoerd om te voorkomen dat gedetineerden via advocaten boodschappen naar buiten sluizen. In de zaak-Taghi is dat al meerdere keren voorgekomen: zijn neef en voormalig advocaat Youssef Taghi, raadsvrouw Inez Weski en advocaat Vito Shukrula werden verdacht of veroordeeld wegens het doorspelen van berichten.
Taghi beschikt nu al over twee advocaten: één die zich richt op detentiezaken en één die procedures voert bij het Europees Hof. Daarmee lijkt er in principe geen ruimte meer voor advocaten in het Marengo-proces, tenzij de minister uitzonderingen toestaat.
De Nederlandse Orde van Advocaten heeft felle kritiek geuit op de nieuwe regels en noemt ze onwerkbaar. Advocaat Thomas van der Horst waarschuwt voor forse vertraging in lopende procedures en noemt de wet “belachelijk en onwerkbaar”. Ook advocaat Sjoerd van Berge Henegouwen stelt dat procederen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hierdoor vrijwel onmogelijk wordt.
Taghi zit sinds april zonder advocaten in het Marengo-proces, nadat Vito Shukrula werd aangehouden. Begin september meldden zich twee advocaten die hem mogelijk willen bijstaan, maar daarover loopt nog overleg. Taghi werd vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Het hoger beroep in de zaak loopt nog.


