De inlichtingendiensten AIVD en MIVD hebben vandaag bekendgemaakt dat een tot nu toe onbekende Russische hackersgroep, door hen aangeduid als ‘LAUNDRY BEAR’, verantwoordelijk is voor digitale aanvallen op diverse Nederlandse organisaties.
Onder de doelwitten bevond zich ook de politie, die in september 2024 werd getroffen. Bij deze hack werden werkgerelateerde contactgegevens van politiemedewerkers buitgemaakt.
De cyberaanval op de politie werd uitgevoerd via een zogenoemde ‘pass-the-cookie-aanval’. Daarbij wist de groep toegang te krijgen tot een actief account door een gestolen toegangstoken, verkregen via infostealer-malware. Die malware wordt op grote schaal verspreid in criminele netwerken en stelt aanvallers in staat om onder meer inloggegevens, sessietokens en andere gevoelige informatie te stelen.
Korpschef Janny Knol heeft vandaag in een interne mail alle politiemedewerkers geïnformeerd. Ze wees op de emotionele impact die de bekendmaking kan hebben en kondigde de heropening van een speciaal servicepunt aan voor zorgen en vragen. “Hoewel dit nieuws voor sommigen niet onverwacht komt, kan het iets doen met je gevoel van veiligheid,” aldus Knol.
Uit het onderzoek van het Team High Tech Crime (THTC) blijkt dat de daders wereldwijd bedrijven en organisaties in zeker veertig westerse landen aanvielen. De politie nam na de hack direct aanvullende beveiligingsmaatregelen en startte samen met de Dienst Informatievoorziening en regionale eenheden een intensief opsporingsonderzoek.
Hoewel vervolging van concrete verdachten op dit moment nog niet mogelijk is, wist de politie onlangs wel een deel van de infrastructuur van de hackersgroep te blokkeren. Daarbij werden onder meer accounts van gebruikte online diensten ontoegankelijk gemaakt. “We proberen het hele ecosysteem van cybercriminele diensten die zulke groeperingen faciliteren, duurzaam te verstoren”, aldus Stan Duijf, hoofd Operatiën bij de Landelijke Eenheid en verantwoordelijk voor cybercrime.
De politie werkt nauw samen met nationale en internationale partners, waaronder de inlichtingendiensten en opsporingsdiensten uit het buitenland. Hoofdofficier van justitie John Lucas benadrukt dat cybercrimebestrijding steeds vaker een grensoverschrijdende inspanning vergt: “Het internet kent geen landsgrenzen.”
Organisaties worden aangespoord om alert te blijven. De buitgemaakte gegevens kunnen immers dienen als springplank voor nieuwe aanvallen. Duijf waarschuwt dat digitale veiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is: “De deur kan niet volledig dicht, maar we kunnen ons wel wapenen. Deze informatie helpt ons daarbij.”

