De voorbereiding van de gewelddadige aanval in Overasselt begon al voordat de groep in de nacht van 1 september naar een woning trok.
Roberto M. bepaalde in een loods in België dat iedereen zijn telefoon en identiteitsbewijs moest afgeven. De telefoons werden uitgezet en apart gelegd. Contact met de buitenwereld was daarmee uitgesloten.
Op 31 augustus kwamen meerdere verdachten bijeen in een loods vlak buiten Brussel. Daar werden de deelnemers voorbereid op de aanval. Mensen met ervaring met vuurwapens kregen zwaardere wapens. Ook kregen zij foto’s van twee woningen te zien.
De boodschap was duidelijk: de bewoners moesten worden gedood. Daarbij werd gezegd dat het niet uitmaakte of het om de ‘goudvis of de kat’ ging.
M. nam tijdens de bijeenkomst een leidende rol in. Hij controleerde wie zijn telefoon en identiteitsbewijs had ingeleverd en maakte duidelijk dat er geen weg terug was. Tegen de aanwezigen werd bovendien gezegd dat ze goed betaald zouden worden en dat er een contract met de Mocro Maffia lag.
Een van de mannen die later naar Overasselt ging, droeg een hoofdlamp. Die lamp is later op camerabeelden bij de woning teruggezien. De man had zijn telefoon kennelijk nog bij zich en leidde de groep naar het huis.
Bij de woning liep de situatie snel uit de hand. Toen de groep beveiligingsmedewerker Berry zag, opende een van de mannen het vuur. Berry werd geraakt en kwam om het leven. Ook de eerste agenten die ter plaatse kwamen, werden beschoten. Een agent raakte daarbij levensgevaarlijk gewond.
De politie verdenkt drie mannen ervan op Berry te hebben geschoten: Roberto M., de Oekraïner Yusup S. en de Fransman Omar D. Yusup S. zou als eerste hebben geschoten. Hij werd later samen met andere verdachten aangehouden nadat zij zich in een maisveld hadden verstopt.
De aanval draaide om Jan G., die in de woning aanwezig was. Rond hem speelde al langer een conflict over een grote partij cocaïne.
Na de schietpartij verscheen een dreigvideo waarin werd beweerd dat Jan G. 1.283 kilo cocaïne had gestolen. Die beschuldiging vormt onderdeel van de achtergrond van het conflict.
De rol van Roberto M. begon dus al vóór de groep naar Overasselt vertrok. In België verzamelde hij de verdachten, liet hij telefoons en identiteitsbewijzen innemen en gaf hij instructies over de uitvoering. Daarna trok de gewapende groep gezamenlijk naar de woning van Jan G.
Het onderzoek richt zich op de precieze rol van de verdachten, de opdrachtgever achter de aanval en de aanleiding voor het conflict rond Jan G. en de cocaïne.

