Het stroomstootwapen dat de Nederlandse politie sinds 2022 inzet, veroorzaakt in de overgrote meerderheid van de gevallen geen of slechts licht letsel.
Dat blijkt uit een grootschalig en onafhankelijk onderzoek van Nivel en de forensisch geneeskundige afdeling van de GGD Amsterdam. De Gezondheidsmonitor SSW, zoals het onderzoek heet, bekeek drie jaar lang alle incidenten waarbij het wapen werd gebruikt.
Uit de analyse blijkt dat in 94 procent van de beoordeelde gevallen het letsel beperkt bleef tot lichte verwondingen of helemaal uitbleef. Slechts in 6 procent van de gevallen was medische hulp nodig, doorgaans voor botbreuken of vastzittende pijltjes. Daarmee sluit het Nederlandse gebruik aan bij internationale bevindingen die wijzen op een relatief laag gezondheidsrisico bij het gebruik van stroomstootwapens.
Het wapen werd tussen 2022 en 2024 jaarlijks ongeveer elfhonderd keer ingezet, vooral in situaties waarin sprake was van gevaarlijk of agressief gedrag. Vaak gebeurde dit op straat of in woningen. In bijna de helft van de gevallen werd het stroomstootwapen gecombineerd met andere geweldsmiddelen zoals fysiek geweld of pepperspray. De gemiddelde stroomafgifte bedroeg 4,4 seconden per inzet; in 99 procent van de gevallen lag de duur onder de 15 seconden. Volgens de onderzoekers wijst dit op terughoudend en zorgvuldig gebruik door agenten.
Peter Holla, portefeuillehouder Geweld bij de politie, noemt het stroomstootwapen “een veilig geweldsmiddel dat agenten helpt om gevaarlijke situaties te de-escaleren of tot een succesvolle aanhouding te komen zonder ernstig letsel.” Hij benadrukt dat het wapen in veel gevallen juist ernstiger letsel voorkomt.
Hoewel het wapen overwegend veilig blijkt, signaleren de onderzoekers dat bepaalde groepen, zoals jongvolwassenen (18–25 jaar) en mensen met onbegrepen gedrag, iets meer risico lopen op valletsel. Geslacht, locatie of het combineren met andere geweldsmiddelen bleken geen invloed te hebben op de kans op verwondingen.
In zes overlijdensgevallen in de afgelopen drie jaar werd het stroomstootwapen gebruikt in de context van politieoptreden. In slechts één geval kon volgens de Rijksrecherche niet volledig worden uitgesloten dat het wapen “mogelijk, in geringe mate” een rol speelde bij het overlijden. In de overige gevallen werd een direct verband uitgesloten.
De operationele meerwaarde van het stroomstootwapen blijkt bovendien uit het afschrikeffect. In ruim tweederde van de gevallen hoefden agenten het wapen alleen te tonen om agressief gedrag te beëindigen, zonder dat het daadwerkelijk werd ingezet. Volgens de politie onderstreept dit de waarde van het wapen als effectief en de-escalerend middel in dreigende situaties.
Het onderzoek werd uitgevoerd op verzoek van de toenmalige minister van Justitie, met als doel om meer wetenschappelijke kennis te vergaren over de gezondheidsimpact van het stroomstootwapen. De politie benadrukt transparantie en zorgvuldigheid bij het gebruik ervan en blijft zich inzetten voor professioneel en terughoudend optreden.

