Het Openbaar Ministerie eist tot 24 jaar cel tegen drie mannen van 41, 27 en 23 jaar voor de moord op de 68-jarige Peter van Dongen, waarbij een ogenschijnlijk zakelijk conflict rond een tiny house zou zijn uitgelopen op dodelijk geweld.
“Het zal je maar gebeuren. Je kiest de verkeerde aannemer en enkele maanden later ben je dood. Dood door geweld.” Met die opvallende woorden typeerde het OM tijdens het requisitoir hoe zij de zaak zien: een plan dat volledig zou zijn gedreven door financieel gewin en uiteindelijk eindigde in een fatale schietpartij.
Peter van Dongen werd op 20 mei 2022 zwaargewond aangetroffen op een bospad in het buitengebied tussen Helvoirt en Drunen. Hij had een schot in zijn achterhoofd en overleed zes dagen later aan zijn verwondingen. Volgens het OM is hij doelbewust naar de locatie gebracht door twee van de verdachten, waar hij vervolgens tussen 22:34 en 22:38 uur werd neergeschoten.
Camerabeelden, telefoondata, een stappenteller en voertuiggegevens zouden samen het scenario ondersteunen dat het slachtoffer die avond met de verdachten meereed naar de plek waar het misging. Kort na het schietmoment zouden de twee jongste verdachten zijn vertrokken.
Het motief zou liggen in een financieel conflict rond een bijna afgerond tiny house-project. Volgens justitie was de betaling van het slachtoffer niet het eindpunt, maar onderdeel van een breder plan waarbij de familie later opnieuw zou moeten betalen of afstand zou moeten doen van het project om het opnieuw te kunnen verkopen.
De 41-jarige verdachte wordt door het OM gezien als mogelijke initiator van het plan. Hij was tijdens het schietmoment niet op de plaats delict, maar stond op dat moment geld te pinnen en zou daarmee een alibi hebben gecreëerd. In de uren na het incident werd bovendien gezocht op 112-meldingen in Brabant, terwijl het schietincident nog niet publiek bekend was.
In de dagen daarna werd intensief contact onderschept tussen de verdachten over geld en de afwikkeling van het project. Volgens het OM werden daarbij ook sporen gewist, waaronder het vervangen van autobanden en het verbergen van schoenen die naar de plaats delict konden leiden.
Toen duidelijk werd dat het slachtoffer niet direct was overleden, ontstonden er volgens het OM interne spanningen over de financiële opbrengst. In afgeluisterde gesprekken zou uiteindelijk de zin zijn gevallen: “Daar hebben we dit niet voor gedaan, zeg maar.”
Het Openbaar Ministerie stelt dat alle drie de verdachten een essentiële rol hadden in het plan en daarom moeten worden gezien als medeplegers van moord. Tegen de 41-jarige en 27-jarige verdachte is 24 jaar cel geëist, tegen de jongste verdachte 22 jaar.

