China heeft dinsdag de voormalige topbankier Bai Tianhui geëxecuteerd.
Bai, die leiding gaf aan dochterbedrijven van China Huarong, een staatsbedrijf voor vermogensbeheer, werd schuldig bevonden aan het aannemen van smeergeld ter waarde van ongeveer 134 miljoen euro tussen 2014 en 2018.
Volgens de rechtbank bracht hij met zijn daden aanzienlijke schade toe aan zowel de belangen van de staat als aan de Chinese bevolking.
Bai werd in 2024 ter dood veroordeeld. Een hoger beroep tegen zijn executie werd begin dit jaar afgewezen. Voor zijn overlijden kon hij nog een laatste ontmoeting met familieleden hebben. De Chinese autoriteiten hebben niet bekendgemaakt op welke wijze de executie is uitgevoerd.
China staat bekend om een strenge aanpak van corruptie, vooral in de financiële sector. Eerdere topfunctionarissen bij Huarong en andere staatsbedrijven kregen eveneens de doodstraf of langdurige gevangenisstraffen. Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat jaarlijks duizenden executies plaatsvinden in China, vaak door kogel of dodelijke injectie, hoewel de officiële cijfers geheim worden gehouden. Critici noemen het land streng in het bestraffen van corruptie, maar het ontbreken van transparantie roept zorgen op over de rechtsgang en mensenrechten.
Bai Tianhui is de laatste in een reeks van hoge functionarissen die in China zwaar worden gestraft voor financiële misdrijven, waarmee de autoriteiten een duidelijk signaal afgeven tegen corruptie binnen staatsbedrijven.


