Willem Holleeder zou op termijn kunnen vertrekken uit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, waar hij al jaren vastzit.
Justitie wil de tot levenslang veroordeelde crimineel het liefst tot het einde van zijn leven in het zwaarst beveiligde gevangenisregime houden, maar loopt daarbij tegen juridische grenzen aan. In een lopende procedure bij de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) dreigt het ministerie aan het kortste eind te trekken.
De RSJ heeft eerder geoordeeld dat een langdurig verblijf in de EBI niet automatisch kan worden verlengd. Hoe langer een gedetineerde daar vastzit, hoe zwaarder de motivering moet zijn om die plaatsing te rechtvaardigen.
Van het Openbaar Ministerie werd daarom verlangd dat het met recente en concrete informatie zou komen waaruit blijkt dat Holleeder buiten de EBI nog steeds een ernstig veiligheidsrisico vormt, bijvoorbeeld door mogelijke invloed op de buitenwereld. Volgens bronnen rondom de zaak is het nauwelijks gelukt om dat overtuigend te onderbouwen.
Die tekortschietende onderbouwing kan grote gevolgen hebben. Als de RSJ besluit dat voortzetting van het EBI-regime niet langer gerechtvaardigd is, moet Holleeder worden overgeplaatst. Dat betekent echter niet dat hij in een reguliere gevangenis terechtkomt. In dat scenario ligt een Afdeling Intensief Toezicht voor de hand, een regime waarin gedetineerden eveneens onder streng toezicht staan en hun contactmogelijkheden sterk worden beperkt.
Ook tegen een plaatsing op zo’n afdeling kan Holleeder opnieuw juridische stappen zetten. Daarmee lijkt de discussie over zijn detentieomstandigheden nog lang niet beslecht.
De zaak legt volgens ingewijden een fundamenteel spanningsveld bloot tussen veiligheidsoverwegingen van justitie en de juridische eisen die worden gesteld aan langdurige detentie onder het zwaarste regime.

