Tot 18 jaar cel voor schieten man door hoofd bij afrekening Eindhoven na verkeersruzie

Een uit de hand gelopen verkeersconflict in Eindhoven heeft geleid tot een van de zwaardere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant dit jaar.

Een 20-jarige man is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor het doodschieten van een andere automobilist, nadat een ruzie bij een stoplicht korte tijd later escaleerde tot een gewelddadige wraakactie. De rechtbank spreekt van een doelbewuste afrekening, gedreven door woede en gekrenkte eer.

Het fatale incident speelde zich af in juni 2024. De hoofdverdachte raakte samen met een medeverdachte betrokken bij een woordenwisseling in het verkeer. Toen beide voertuigen even later tot stilstand kwamen, werd de verdachte door het latere slachtoffer met een glazen voorwerp in het gezicht geslagen. In plaats van de politie in te schakelen, koos de verdachte voor vergelding. Samen met drie anderen ging hij vrijwel direct op zoek naar de man die hem had geslagen.

Ongeveer een kwartier later werd het slachtoffer opnieuw gespot in de Eindhovense wijk Woensel. De auto met de verdachten keerde, stopte in de buurt en drie inzittenden stapten uit. Kort daarna loste de hoofdverdachte een schot dat de man fataal werd. Getuigen spraken later over een gerichte afrekening op straat.

De rechtbank oordeelt dat de twee medeverdachten die bij de confrontatie aanwezig waren weliswaar niet het expliciete doel hadden om iemand te doden, maar wisten dat een gewelddadige confrontatie onvermijdelijk was. Een van hen overhandigde het vuurwapen, een ander zorgde voor het vervoer en positioneerde de auto vlak bij het slachtoffer. Zij zijn veroordeeld tot respectievelijk acht en zes jaar gevangenisstraf.

Een vierde verdachte, eveneens 20 jaar, bevond zich tijdens de zoektocht in de auto maar speelde volgens de rechtbank geen actieve rol bij de schietpartij. Hij wist niet wie werd gezocht en had geen kennis van het plan om geweld te gebruiken. Voor de moord werd hij vrijgesproken, maar voor andere zware feiten kreeg hij alsnog een celstraf van zes jaar.

Die andere feiten werpen een schaduw over het dossier. Enkele weken vóór de dodelijke schietpartij pleegde het viertal een gewapende woningoverval in Uden. Daarbij werd een bewoner met een vuurwapen bedreigd, maar bleef buit uit. Ook waren drie van de verdachten betrokken bij een poging tot afpersing in Antwerpen, waarbij bewoners van een woning onder bedreiging van een vuurwapen tot betaling werden gedwongen. In alle zaken speelde illegaal wapenbezit een centrale rol.

Bij het bepalen van de straf rekent de rechtbank het de hoofdverdachte zwaar aan dat hij het recht volledig in eigen hand nam. De rechters benadrukken dat gevoelens van vernedering en boosheid nooit een rechtvaardiging kunnen zijn voor dodelijk geweld. Door zijn handelen ontnam hij niet alleen een man het leven, maar liet hij ook onherstelbaar leed achter bij de nabestaanden.

Tegelijkertijd weegt de rechtbank mee dat de verdachte zelf slachtoffer was van geweld tijdens de verkeersruzie. Dat maakt deze zaak volgens de rechters anders dan een vooraf geplande liquidatie, maar niet minder ernstig. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van achttien jaar passend en noodzakelijk.

Met het vonnis komt een einde aan een zaak die begon met een alledaags verkeersconflict en eindigde in dodelijk vuurwapengeweld — een harde illustratie van hoe snel woede kan omslaan in onomkeerbare gevolgen.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X