Het Openbaar Ministerie heeft een stevige gevangenisstraf geëist tegen twee jonge mannen die worden verdacht van een brute woningoverval in Egmond-Binnen.
Volgens justitie drongen zij midden in de nacht een woning binnen en dwongen zij het slachtoffer onder bedreiging zijn scooters af te staan. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
De overval vond plaats in de nacht van 18 juli, toen het slachtoffer in zijn slaapkamer lag. Plots stonden twee gemaskerde mannen bij zijn bed. Eén van hen hield een klauwhamer vast. Het slachtoffer herkende direct één van de indringers als een 19-jarige man uit Heiloo. De schrik was groot, zeker omdat de overvallers eisten dat hij zijn scooters zou afgeven.
Onder dwang werd de man naar buiten geleid en moest hij zijn schuur openen. Daar werd een scooter meegenomen, terwijl ook een tweede exemplaar uit zijn woning werd gehaald. De situatie escaleerde verder toen het slachtoffer op zijn knieën moest gaan zitten en gedwongen werd te wachten bij één van de scooters. Ook moest hij een stuk meelopen terwijl hij het voertuig vasthield. Daarbij werd hij bedreigd met ernstige gevolgen als hij de politie zou inschakelen.
Nog dezelfde nacht trof de politie de gestolen scooters aan in de tuin van de 19-jarige verdachte. Toen agenten verschenen, probeerden beide mannen te ontkomen, maar zij werden kort daarna aangehouden. Op camerabeelden was later te zien hoe de scooters naar de tuin waren gebracht. Bij hun arrestatie droegen de verdachten nog latexhandschoenen.
Tijdens het onderzoek gaven beide mannen toe dat zij samen de scooters hadden gestolen. Zij ontkenden echter dat er sprake was geweest van geweld of bedreiging. De officier van justitie maakte daar korte metten mee en stelde dat het relaas van het slachtoffer helder, consistent en geloofwaardig is. Volgens justitie is er geen enkele reden om aan die verklaring te twijfelen.
Bij het formuleren van de strafeis benadrukte de officier de ernst van het feit. Het slachtoffer werd ’s nachts in zijn eigen huis geconfronteerd met gemaskerde mannen en een hamer, wat een diep gevoel van onveiligheid veroorzaakte. Ook de moeder van het slachtoffer voelde zich na de overval niet langer veilig in haar woning.
Tegelijkertijd hield het Openbaar Ministerie rekening met de leeftijd en achtergrond van de verdachten. De 18-jarige man uit Assendelft had niet eerder met politie en justitie te maken gehad. Tegen hem werd een gevangenisstraf geëist van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Daarbij moeten strikte voorwaarden gelden, zoals een meldplicht, een contactverbod met het slachtoffer en zijn medeverdachte, en verplichtingen op het gebied van opleiding en werk.
De 19-jarige verdachte uit Heiloo hangt een zwaardere straf boven het hoofd. Tegen hem eiste de officier van justitie twee jaar cel, eveneens met zes maanden voorwaardelijk. Zijn straf valt hoger uit omdat hij al eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en op dat moment in meerdere proeftijden liep. Ook voor hem vroeg justitie om strenge voorwaarden, waaronder behandeling, toezicht door de reclassering en begeleiding richting een vaste dagbesteding. Daarnaast moet hij een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf van zestig uur alsnog uitvoeren.
Justitie wil dat alle opgelegde voorwaarden direct ingaan zodra de rechtbank uitspraak doet. De zaak wordt over twee weken afgerond met het oordeel van de rechter.

