Donald Trump en zijn twee zonen, Eric en Donald jr., hebben een rechtszaak aangespannen tegen de Amerikaanse belastingdienst en het ministerie van Financiën.
Ze eisen een schadevergoeding van 10 miljard dollar, omdat zij vinden dat de overheid onvoldoende heeft gedaan om het lekken van hun belastinggegevens te voorkomen.
De controverse draait om documenten die tussen 2018 en 2020 uitlekten naar onder meer The New York Times. Uit die publicaties bleek onder andere dat Trump in het jaar dat hij president werd slechts 750 dollar aan inkomstenbelasting had betaald, en dat hij in tien van de vijftien voorgaande jaren helemaal geen belasting afdroeg. Volgens de krant kwam dit doordat zijn bedrijven structureel meer verlies dan winst boekten.
De belastinggegevens kwamen in handen van de pers via Charles Edward Littlejohn, een medewerker van het cyberbeveiligingsbedrijf Booz Allen Hamilton, dat voor de belastingdienst werkte. Littlejohn bekende in 2024 schuld en kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar. Naast Trumps gegevens lekte hij ook belastinginformatie van andere rijke Amerikanen, zoals Jeff Bezos en Elon Musk. Het ministerie van Financiën besloot na het incident de samenwerking met het bedrijf te beëindigen.
Trump, zijn zonen en de Trump Organization stellen dat het lek hun reputatie en financiële belangen heeft geschaad. De zaak onderstreept opnieuw de gespannen relatie tussen de voormalige president en de Amerikaanse fiscale autoriteiten, die al sinds de verkiezingen van 2016 onderwerp van publieke discussie is. Destijds weigerde Trump zijn belastingaangiftes openbaar te maken en verwees hij naar een lopend financieel onderzoek.
Met de aanklacht hopen Trump en zijn zonen niet alleen financiële compensatie, maar ook erkenning van de vermeende nalatigheid van de federale autoriteiten. De rechtszaak belooft een nieuwe juridische confrontatie te worden in de langdurige strijd rond de belastingpraktijken van de voormalige president en zijn familie.


