De rechtbank heeft een 34-jarige man uit Turnhout en een 30-jarige man uit Enschede veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor het ontvoeren, mishandelen en afpersen van een man.
De zaak speelde zich af in juni 2024, waarbij het slachtoffer onder dwang van België naar Nederland werd gebracht. Een derde verdachte, een man uit Wijchen, is vrijgesproken van betrokkenheid.
Op 8 juni 2024 stalen de twee veroordeelden in Turnhout een bedrag van 800 euro van het slachtoffer en maakten ze op zijn schip een belastende video. Met dat filmpje dwongen ze hem zijn telefoon af te geven en met hen mee te rijden. In Nederland probeerden ze hem in een woning in Wijchen onder bedreiging en geweld — waaronder slagen met een ploertendoder — geld af te persen. Toen het slachtoffer wist te vluchten, werd hij opnieuw mishandeld.
Volgens de rechtbank hebben de daders het slachtoffer van zijn vrijheid beroofd en zwaar inbreuk gemaakt op diens lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer. De ernst van het geweld en de omstandigheden leiden tot de opgelegde celstraf van twee jaar. De opgelegde straf is lager dan de eis van het Openbaar Ministerie, omdat in soortgelijke zaken waarin hogere straffen worden opgelegd doorgaans sprake is van ernstiger geweld.
De vorderingen van het slachtoffer op beide veroordeelden zijn deels toegewezen. De hoogte van het smartengeld is lager vastgesteld dan gevraagd, omdat de rechtbank zich baseert op vergelijkbare uitspraken in soortgelijke zaken.
De derde verdachte, de man uit Wijchen, is vrijgesproken. De rechtbank vindt dat niet bewezen is dat hij een voldoende grote bijdrage heeft geleverd om van medeplegen te kunnen spreken. Omdat hem enkel medeplegen ten laste was gelegd, is hij volledig vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding in zijn zaak is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

