De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met een algeheel verbod op consumentenvuurwerk. Het besluit volgt op jarenlange discussies over de veiligheid van burgers en hulpverleners tijdens de jaarwisseling.
De politie en andere hulpdiensten, die al langer pleiten voor een verbod, reageren opgelucht op de uitkomst van de stemming.
Politie: einde aan structureel geweld rond jaarwisseling
Korpschef Janny Knol liet in een eerste reactie weten dat het besluit als een belangrijke stap wordt gezien: “Dit is goed nieuws voor heel veel politiemensen en andere hulpverleners die elke jaarwisseling weer het mikpunt zijn van geweld met vuurwerk.” Volgens Knol is de maatregel essentieel om de veiligheid van hulpverleners te waarborgen. Ze benadrukt dat agenten jaarlijks te maken krijgen met ernstige incidenten waarbij vuurwerk als wapen wordt ingezet.
Verbod helpt ook buiten de jaarwisseling
De politie verwacht bovendien dat het verbod niet alleen tijdens de jaarwisseling effect zal hebben. “Het gaat ons daarnaast het hele jaar door helpen bij de aanpak van zware explosieven waarvan we vrijwel dagelijks de heftige gevolgen zien,” aldus Knol. De laatste jaren zijn geïmproviseerde vuurwerkexplosieven een groeiend probleem, zowel in het criminele circuit als in woonwijken.
Handhaving wordt uitdaging
Met het verbod komt er ook een extra verantwoordelijkheid bij voor de politie. Knol erkent dat de handhaving een nieuwe uitdaging vormt: “We realiseren ons dat de invoering van een verbod ook van ons een stap extra vraagt.” Toch overheerst bij de politie de overtuiging dat het verbod op de lange termijn zal leiden tot een veiligere samenleving.
Het is nog niet duidelijk wanneer het vuurwerkverbod precies ingaat en hoe de handhaving er in de praktijk uit zal zien. De komende tijd zal het kabinet met nadere uitwerking komen van het beleid.

