De rechtbank heeft twee mannen van 21 en 24 jaar veroordeeld voor hun rol bij vijf straatroven in Arnhem en Westervoort.
De verdachten krijgen een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk. Daarnaast moeten zij meerdere slachtoffers financieel compenseren.
De straatroven vonden plaats in mei 2025 en werden gepleegd in samenwerking met een derde verdachte. De daders gingen steeds volgens hetzelfde patroon te werk: slachtoffers werden omsingeld en onder dreiging van geweld beroofd. Daarbij werd soms een vuurwapen of mes gebruikt. In meerdere gevallen moesten slachtoffers niet alleen persoonlijke bezittingen afstaan, maar ook geld overmaken naar een rekening van één van de verdachten.
Tijdens de rechtszitting werd duidelijk welke impact de berovingen hadden op de slachtoffers. Eén van hen legde in een verklaring uit hoe de overval zijn gevoel van veiligheid blijvend heeft aangetast. De rechtbank stelde vast dat de verdachten uitsluitend oog hadden voor eigen gewin en geen verantwoordelijkheid namen voor hun daden. Hun houding in de rechtszaal werd omschreven als afstandelijk en ongeïnteresseerd, ook tegenover de aanwezige slachtoffers.
Bij het bepalen van de straf woog de rechtbank zwaar mee dat bij drie van de vijf berovingen een vuurwapen is getoond. Ook speelde mee dat de mannen eerder zijn veroordeeld voor vergelijkbare delicten. Volgens de rechtbank veroorzaken dit soort straatroven niet alleen grote persoonlijke schade, maar ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Naast de onvoorwaardelijke celstraf legde de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel op om herhaling te voorkomen. Aan dat deel zijn voorwaarden verbonden, waaronder verplichte behandeling en een contactverbod met de slachtoffers. Verder moeten de twee mannen aan drie slachtoffers samen bijna vijfduizend euro schadevergoeding betalen. De opgelegde straf is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie.

