De verdachten van meerdere groepsverkrachtingen in een garage in Den Bosch, blijven voorlopig vastzitten.

Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald tijdens de pro-forma behandeling van de strafzaken tegen de vijf verdachten.

De verdediging verzocht de rechtbank onder meer de voorlopige hechtenis van de verdachten te schorsen, dan wel op te heffen. De rechtbank is hier niet in meegegaan en oordeelt dat er nog onverminderd sprake is van ernstige bezwaren tegen de verdachten die het mogelijk maken hen in voorlopige hechtenis te houden. Ook de gronden daarvoor zijn nog steeds aanwezig.

Het gaat om een zeer ernstige verdenking, meerdere groepsverkrachtingen van jonge meiden, de persoonlijke belangen van de verdachten wegen volgens de rechtbank ook onvoldoende zwaar om de voorlopige hechtenis te schorsen.

Het coronavirus is volgens de rechtbank ook geen reden om de persoonlijke belangen van de verdachten te laten prevaleren boven de belangen van de maatschappij om hen in voorlopige hechtenis te laten. De instellingen waarin de verdachten verblijven volgen de RIVM-richtlijnen en er is waar nodig medische zorg beschikbaar. De volgende pro-formazitting staat gepland voor 19 juni 2020