De twee hoofdverdachten van de spectaculaire roof van Franse kroonjuwelen uit het Louvre zeggen niet te weten wie achter de miljoenenroof zat.
Volgens hun verklaringen werden zij kort voor de inbraak benaderd door een onbekende opdrachtgever, die volgens hen gevaarlijk zou zijn en de gestolen sieraden wilde doorverkopen.
Het gaat om de 40-jarige Abdoulaye N. en de 36-jarige Ghelamallah A., twee mannen uit de Parijse voorstad Aubervilliers.
Beiden werden een week na de inbraak aangehouden en hebben toegegeven betrokken te zijn geweest bij de roof. Hun verklaringen komen uit politieverhoren die zijn ingezien door de Franse krant Le Monde.
De inbraak vond plaats op 19 oktober vorig jaar in het Louvre. De daders gebruikten een verhuislift om bij de beroemde Apollo-galerij te komen, waar Franse kroonjuwelen werden tentoongesteld.
Binnen wisten zij vitrines open te breken en namen zij sieraden mee met een waarde van miljoenen euro’s. Volgens de verklaringen duurde de daadwerkelijke actie binnen het museum slechts ongeveer acht minuten.
Volgens Abdoulaye N. werd hij benaderd vanwege zijn online bekendheid als motorstuntman onder de naam Doudou Cross Bitume. De man zegt dat hij financiële problemen had en een bedrag tussen de 15.000 en 20.000 euro was beloofd voor zijn aandeel in de actie.
Vooraf zou hij beelden hebben gekregen van de kroonjuwelen in de Apollo-galerij. Zijn taak zou volgens zijn verklaring vooral bestaan uit het inslaan van ramen en het meenemen van de sieraden uit de vitrines.
Ghelamallah A. beweert dat hij niet wist dat het doelwit het Louvre was. Volgens hem werd hem verteld dat het om een sieradenatelier ging. Hij zegt dat hij nooit zou hebben meegedaan als hij had geweten dat het om een roof in een wereldberoemd museum ging.
De verdachten verklaren dat zij enkele dagen voor de inbraak werden benaderd door personen van wie zij de identiteit niet willen noemen. Ze zeggen bang te zijn voor mogelijke wraak. Abdoulaye N. zou tijdens zijn detentie zelfs zijn benaderd met de boodschap dat hij moest zwijgen.
Op de ochtend van de roof reden vier personen met een vrachtwagen, verhuislift en scooters naar het Louvre. N. en A. gingen met een tas en een haakse slijper naar boven, waarna zij een raam forceerden en de galerij binnendrongen.
Tijdens de vlucht ging het niet volledig volgens plan. De kroon van keizerin Eugénie viel uit de tas van N. en werd later teruggevonden bij de verhuislift. N. zou hebben toegegeven dat hij verantwoordelijk was voor het kwijtraken van het kostbare sieraad.
Na de roof vluchtten de daders op scooters. Twee van hen stapten later over in een bestelbus om de politie op een verkeerd spoor te zetten. Ondertussen zouden N. en een andere verdachte de gestolen juwelen naar een parkeergarage in Aubervilliers hebben gebracht, waar de buit volgens de verklaringen werd overgedragen aan het onbekende brein achter de spectaculaire Louvre-roof.

