Vrouw schuldig maar krijgt geen cel na overgieten en in brand steken slapende vriend

De rechtbank Rotterdam heeft een 26-jarige vrouw veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van een jaar, conform de eis van het Openbaar Ministerie.

Daarnaast moet zij een schadevergoeding van 20.000 euro betalen aan haar slachtoffer, haar partner, en voldoen aan een reeks bijzondere voorwaarden.

In 2022 overgoot de vrouw haar slapende partner met brandspiritus en stak de vloeistof aan, waardoor de man ernstige brandwonden opliep.

Op 21 januari 2022 werd de politie in de late avond gealarmeerd over een woning in Capelle aan den IJssel. Ter plaatse troffen hulpverleners het slachtoffer aan met eerste- en tweedegraads brandwonden. Het slachtoffer verklaarde dat hij samen met zijn vriendin naar huis was gegaan en in de slaapkamer in slaap was gevallen. Hij werd wakker door hevige pijn en ontdekte dat hij en het bed in brand stonden.

Kort daarna werd in Rotterdam de verdachte, zichtbaar verward, aangetroffen. Zij gaf aan dat ze haar vriend waarschijnlijk had verbrand en verklaarde dat ze in haar gekkigheid met vuur bezig was geweest. Toen het bed vlam had gevat, zou ze in paniek zijn weggelopen.

Onderzoek wees uit dat de vrouw de brand opzettelijk had gesticht. In de slaapkamer werden een geopende fles brandspiritus van 85 procent en een werkende keukenbrander gevonden. De brandspiritus was op meerdere plaatsen aangetroffen, en uit een WhatsApp-bericht van de verdachte aan het slachtoffer bleek dat zij op de hoogte was van wat er gebeurde.

De rechtbank concludeerde dat het slachtoffer bewust werd overgoten met spiritus en in brand werd gestoken, waardoor bewezen werd dat zij zich schuldig had gemaakt aan brandstichting en poging tot doodslag.

De rechtbank hield rekening met de psychische problematiek van de vrouw. Bij haar zijn onder meer een borderline persoonlijkheidsstoornis, mogelijk ADHD en schizofrenie vastgesteld. Het Nederlands Forensisch Instituut kon vanwege geheugenverlies geen volledige delictanalyse opstellen. Deskundigen stelden dat het denkbaar is dat haar problematiek doorwerkte, maar dat ook een meer uitgedacht plan niet kon worden uitgesloten. De reclassering benadrukte dat de verdachte in een problematische relatie verkeerde, in een kraakpand woonde, geen dagbesteding of netwerk had en regelmatig medicatie niet gebruikte. Bovendien was zij verslaafd aan verschillende drugs, waardoor zij psychisch zeer instabiel was.

De rechtbank achtte haar verminderd toerekeningsvatbaar, maar wees het verzoek van de verdediging om het feit volledig niet aan haar toe te rekenen af. Inmiddels is haar situatie stabieler: ze gebruikt geen middelen meer, is medicatietrouw en het contact met familie is hersteld.

De rechtbank legde de voorwaardelijke celstraf van een jaar op, met een proeftijd van twee jaar, om het herstelproces van de verdachte te ondersteunen. Tijdens deze periode moet zij zich melden bij de reclassering, behandeling ondergaan, verblijven in beschermd wonen, zich onthouden van alcohol en drugs, geen contact hebben met het slachtoffer zolang het OM dat nodig acht, en werken aan een passende dagbesteding en openheid in persoonlijke relaties. Het slachtoffer moet bovendien een immateriële schadevergoeding en kosten voor mantelzorg ontvangen.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X