De Spaanse onderzoeksrechter Juan Carlos Peinado heeft besloten dat Begoña Gómez, de vrouw van premier Pedro Sánchez, officieel vervolgd kan worden voor meerdere corruptiegerelateerde feiten.
Na een onderzoek van ongeveer twee jaar ziet de rechter voldoende aanwijzingen om haar voor vier van de vijf aanklachten voor de rechter te brengen.
Gómez wordt onder meer verdacht van verduistering, beïnvloeding, corruptie in zakelijke transacties en misbruik van gelden. Eén aanklacht, die betrekking had op professioneel wangedrag, is geschrapt wegens onvoldoende bewijs. Volgens de rechter zou zij haar positie als partner van de premier hebben gebruikt om invloed uit te oefenen en persoonlijk voordeel te behalen.
Centraal in de zaak staat haar benoeming in 2020 tot programmadirecteur aan de Complutense-universiteit in Madrid. Op dat moment was Sánchez al twee jaar premier van Spanje. Justitie vermoedt dat haar positie en netwerk een rol hebben gespeeld bij het verkrijgen van deze functie en bij andere zakelijke contacten.
De zaak is politiek uiterst gevoelig. De Spaanse regering wijst de beschuldigingen resoluut van de hand en spreekt van een aanval op de rechtsstaat. Volgens regeringskringen zou het optreden van de onderzoeksrechter schadelijk zijn en politiek gemotiveerd. Gómez en Sánchez dienden in 2024 al een klacht in tegen de rechter, wat de spanningen verder heeft vergroot.
De definitieve beslissing over een daadwerkelijke vervolging ligt nu bij de rechtbank. Ondertussen vergroot de zaak de druk op de regering, mede omdat er ook andere onderzoeken lopen binnen de politieke omgeving van Sánchez. Zo liggen ook zijn broer David en voormalig minister Luis Ábalos onder een vergrootglas.
De combinatie van juridische stappen en politieke controverse maakt deze zaak tot een van de meest beladen dossiers in de recente Spaanse politiek, waarbij de scheidslijn tussen rechtspraak en politiek steeds nadrukkelijker onderwerp van discussie is.

