De waarde van de juwelen die afgelopen zondag werden gestolen uit het Louvre in Parijs is vastgesteld op zo’n 88 miljoen euro.
Dat hebben curatoren van het museum bekendgemaakt na een eerste inventarisatie van de buit. De roof wordt gezien als een van de kostbaarste kunstroven in Frankrijk van de afgelopen decennia.
De dieven, vier gemaskerde mannen, sloegen zondagochtend toe in de Galerie d’Apollon van het wereldberoemde museum.
Met behulp van een zelf meegebrachte bouwlift wisten zij via een raam het gebouw binnen te komen. De overval duurde slechts zeven minuten. In die tijd namen ze acht kostbare juwelen mee, waaronder een tiara van keizerin Eugénie de Montijo, de echtgenote van Napoleon III. Eén van de stukken ging tijdens de vlucht verloren.
Volgens openbaar aanklager Laure Beccuau vertegenwoordigt de buit niet alleen een enorme economische waarde, maar ook een “onschatbare historische betekenis”. Ze waarschuwt dat de overvallers waarschijnlijk veel minder zullen verdienen als ze de juwelen proberen te verkopen, omsmelten of uit elkaar halen.
Het Louvre werd na de overval ontruimd en bleef maandag gesloten voor sporenonderzoek. De gestolen juwelen en de daders zijn nog niet teruggevonden. Het museum is dinsdag weer geopend, maar de beveiliging blijft voorlopig verscherpt.

