De rechtbank heeft besloten dat de burgemeester van Mill en Sint Hubert een woning en perceel mag sluiten na de ontdekking van een ondergrondse wietkwekerij.

De politie stelde na meerdere meldingen van getuigen die activiteiten zagen waardoor zij dachten dat er op het perceel een wietkwekerij aanwezig was een onderzoek in. In maart van dit jaar deed de politie een inval en trof in een zeecontainer op het perceel materiaal aan voor een witkwekerij. Onder de container, in een mestkelder, vond de politie twee ruimtes die waren ingericht om wiet te kweken. In de ruimtes stonden in totaal zo’n 3.000 potten, zonder planten maar met potgrond en voedingsmiddelen. Daarnaast waren er allerlei materialen aanwezig om hennep te kweken en knippen. Uit onderzoek blijkt dat er eerdere oogsten waren geweest. Ook was er een illegale stroomvoorziening aangelegd.

De burgemeester van Mill en Sint Hubert besloot de woning en het achterste deel van het daarbij horende perceel voor 3 maanden te sluiten. De eigenaar en zijn vader maakten hiertegen bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter te bepalen dat er kort gezegd op neerkomt dat de vader in de woning kan blijven wonen en de dieren op het perceel kan blijven verzorgen. Volgens de vader en zoon is de burgemeester niet bevoegd de woning te sluiten, omdat er vanuit daar geen wiet is verhandeld en zij helemaal niets van de aanwezigheid van materialen voor een wietkwekerij op hun perceel afwisten.

De rechtbank is het daar niet mee eens en heeft de burgemeester in het gelijk gesteld. De woning en perceel aan de Cuijksedijk mogen voor 3 maanden worden gesloten. Dat bepaalde de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant.