Een nieuwe ontwikkeling kan voor een belangrijke wending zorgen in de slepende moordzaak rond Rob Zweekhorst uit Berkel en Rodenrijs.
De man die rechercheurs volgens bronnen van De Telegraaf op het spoor zou hebben gezet van het vermoedelijke moordwapen, zou de in 2025 in Mexico geliquideerde drugscrimineel Marco Ebben zijn.
Zweekhorst werd op 1 januari 2014 doodgeschoten toen hij zijn honden uitliet. Volgens justitie was hij niet het eigenlijke doelwit van de schutter. De moord wordt daarom gezien als een vergismoord. Het daadwerkelijke doelwit zou de criminele buurman van Zweekhorst zijn geweest.
De identiteit van de vermeende tipgever komt nu naar voren omdat de informatie die hij zou hebben verstrekt pas na zijn overlijden door de autoriteiten mocht worden gebruikt. Ebben zou vóór zijn dood een vertrouwelijke verklaring hebben afgelegd. Daarbij zou zijn afgesproken dat de verklaring als een zogenoemde kluisverklaring werd behandeld en pas na zijn overlijden beschikbaar zou komen voor politie en justitie.
Politie en Openbaar Ministerie bevestigen volgens de aangeleverde informatie dat de tipgever inmiddels is overleden en dat de betreffende informatie daarna kon worden gebruikt. Dat het om Marco Ebben gaat, is echter niet rechtstreeks door politie of OM bevestigd. De Telegraaf meldt zijn identiteit op basis van bronnen.
De verklaring zou rechercheurs uiteindelijk naar de Ringvaartplas in Rotterdam-Prinsenland hebben geleid. Daar werd intensief gezocht naar het vermoedelijke vuurwapen waarmee Zweekhorst is doodgeschoten. Of het wapen daadwerkelijk is gevonden, is niet bekendgemaakt.
De Ringvaartplas ligt bovendien in een gebied waar Ebben destijds zelf woonde. Politie en justitie geven vooralsnog geen duidelijkheid over de uitkomst van de zoekactie of over wat er precies uit de verklaring naar voren kwam.
Ebben stond jarenlang bekend als een belangrijke speler binnen de internationale cocaïnehandel. Hij zou samen met zijn vader Henk Ebben een omvangrijk crimineel netwerk hebben opgebouwd. Nadat hij in Nederland was veroordeeld voor grootschalige cocaïnesmokkel, vluchtte hij naar het buitenland.
Via Turkije kwam Ebben uiteindelijk in Mexico terecht. Volgens de aangeleverde informatie drong hij daar door tot de hoogste regionen van het Sinaloa-kartel en zou hij hebben geopereerd aan de zijde van Ismael ‘El Mayo’ Zambada.
Zijn criminele loopbaan eindigde in februari 2025. Ebben werd op 13 februari van dat jaar doodgeschoten in een parkeergarage in Atizapán, Mexico. Hij werd meerdere keren geraakt door kogels.
Over de omstandigheden rond zijn dood bestaan verschillende theorieën. Volgens de aangeleverde informatie bestaat het vermoeden dat zijn eigen bodyguards hem hebben geëxecuteerd toen Mexicaanse mariniers en medewerkers van de Amerikaanse DEA de parkeergarage omsingelden. Ook wordt als mogelijke verklaring genoemd dat Ebben liever zou zijn gestorven dan een mogelijke levenslange gevangenisstraf in een zwaarbeveiligde Amerikaanse gevangenis tegemoet te gaan. Die scenario’s zijn niet als vaststaande feiten vastgesteld.
Dat Ebben zich bezighield met informatie over de moord op Zweekhorst zou volgens De Telegraaf niet volledig uit de lucht komen vallen. In de onderwereld zouden al langer verhalen hebben rondgegaan dat hij wist wat er met het moordwapen was gebeurd of dat hij mogelijk zelf een rol had gespeeld bij het laten verdwijnen ervan. Dat laatste is niet bewezen.
De verklaring kan ook gevolgen hebben voor de zaak tegen René F., die eerder werd vervolgd als mogelijke opdrachtgever van de moord op Zweekhorst. F. werd vorig jaar wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.
Het Openbaar Ministerie heeft zich niet bij die vrijspraak neergelegd en is in hoger beroep gegaan. Eerder werd in die zaak 24 jaar gevangenisstraf geëist. De nieuwe informatie uit de vertrouwelijke verklaring kan daardoor van betekenis worden voor het verdere verloop van het hoger beroep.
Vooralsnog blijft veel onduidelijk. Niet bekend is of het moordwapen daadwerkelijk uit de Ringvaartplas is gehaald en evenmin is officieel bevestigd dat Marco Ebben de man was die de recherche naar die locatie leidde. Wel staat vast dat politie en justitie na het overlijden van de tipgever gebruik konden maken van informatie die eerder vertrouwelijk was gehouden.

