De rechtbank in Rotterdam heeft een 18-jarige jongen veroordeeld tot 20 maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel, ook wel bekend als jeugd-tbs.
De destijds 17-jarige verdachte stak op 23 juni 2024 in Dordrecht de 19-jarige Hugo dood tijdens een ruzie die begon met zijn dronken vader. De rechtbank acht doodslag bewezen.
Het incident gebeurde in de binnenstad van Dordrecht, waar Hugo met vrienden op een bankje zat. De vader van de verdachte, die onder invloed was en zich agressief gedroeg, sprak de groep boos aan vanwege geluidsoverlast. Toen de verdachte dit vanuit zijn slaapkamer hoorde, pakte hij een mes uit de keuken en ging naar buiten. Volgens eigen zeggen wilde hij zijn vader beschermen, die hij in gevaar achtte.
Op straat liep de situatie verder uit de hand. De verdachte probeerde zijn vader mee naar binnen te nemen, maar toen Hugo op hen afkwam, stak hij hem met kracht in de borst. Het slachtoffer vluchtte, maar zakte even verderop in elkaar. Hij overleed later in het ziekenhuis.
De rechtbank verwerpt het beroep op noodweerexces en stelt dat de verdachte bewust een groot mes meenam naar een ruzieachtige situatie en daar doelgericht mee handelde. Daarmee is volgens de rechtbank sprake van (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer. De doodslag wordt hem wel in verminderde mate toegerekend vanwege psychische problemen, waaronder ADHD, PTSS en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling.
De jongen groeide op in een gewelddadig en verwaarlozend gezin. Deskundigen stellen dat zijn traumatische jeugd, waarin hij voortdurend alert moest zijn op gevaar, zwaar heeft meegespeeld in zijn handelen. Volgens hen raakte hij op straat overspoeld door emoties en paniek.
Naast de celstraf krijgt de verdachte een verplichte opname in een psychiatrische kliniek na detentie, onder voorwaarden van de PIJ-maatregel. Hij moet zich melden bij de reclassering en wordt gecontroleerd op drugs- en alcoholgebruik. Bij nieuwe strafbare feiten of het niet naleven van voorwaarden kan de PIJ worden uitgevoerd.
De rechtbank erkent dat de opgelegde straf voor de nabestaanden van Hugo als teleurstellend kan voelen. Zij hadden liever gezien dat de verdachte als volwassene werd berecht, wat een hogere straf mogelijk had gemaakt. Daarvoor zag de rechtbank echter geen juridische of psychologische gronden.
De verdachte is ook veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen: 17.500 euro aan elk van de ouders van Hugo voor immateriële schade, en de kosten voor de begrafenis en het overbrengen van het lichaam naar Spanje.
Tijdens de zitting werden emotionele verklaringen voorgelezen door de nabestaanden. De rechtbank sprak uit dat het hier om een tragedie met alleen maar verliezers gaat, en benadrukte dat geen enkele straf het verlies kan goedmaken.

