Colombia heeft in de haven van Buenaventura een recordvangst van 14 ton cocaïne gedaan.
De lading, die in een container richting Nederland zou worden verscheept, werd volgens de autoriteiten ontdekt tijdens een gerichte controle.
President Gustavo Petro omschreef de onderschepping als de grootste in een periode van tien jaar en prees de inzet van de betrokken veiligheidsdiensten.
De cocaïne werd aangetroffen in een ogenschijnlijk reguliere container, een methode die veel wordt gebruikt door internationale smokkelnetwerken. Colombia is al decennialang een van de belangrijkste productielanden van cocaïne. Vanuit havens als Buenaventura verbergen criminele organisaties de drugs vaak in ladingen fruit, hout of andere exportproducten. De route naar Nederland – en dan vooral de havens van Rotterdam en Vlissingen – is een van de drukste smokkelstromen ter wereld. De infrastructuur, het enorme containervervoer en de internationale doorvoerfunctie maken Nederlandse havens aantrekkelijk voor kartels die hun partijen richting Europa sturen.
Volgens het Colombiaanse ministerie van Defensie zijn met deze vondst naar schatting 35 miljoen doses cocaïne uit de markt gehaald. De straatwaarde van de onderschepte lading wordt geraamd op zo’n 337 miljoen euro. Door de omvang van deze partij zou de zending vermoedelijk deel hebben uitgemaakt van een groter logistiek netwerk dat containers via verschillende tussenhavens laat reizen om controles te ontwijken.
Criminelen die vanuit Colombia opereren, werken vaak met gesplitste zendingen: kleinere partijen die tegelijkertijd de oceaan oversteken, zodat verlies van één container wordt gecompenseerd door meerdere andere. Ook worden corrupte havenmedewerkers ingezet om containers ongemerkt door te loodsen of om drugs uit containers te halen voordat officiële controles plaatsvinden. De vondst van 14 ton in één container wijst echter op een uitzonderlijk risicovolle, maar potentieel zeer lucratieve operatie.
De autoriteiten in Colombia onderzoeken welk netwerk achter deze partij zit en welke organisaties verantwoordelijk zijn voor het logistieke traject richting Nederland. Omdat dergelijke zendingen vrijwel altijd internationale vertakkingen hebben, wordt ook informatie uitgewisseld met opsporingsdiensten in Europa.

