In de haven van Baltimore hebben Amerikaanse douane- en grensdiensten eind mei een grote partij wiet onderschept die bestemd was voor het Verenigd Koninkrijk.
In een zeecontainer werd meer dan 4.500 kilo van de drugs aangetroffen, verstopt tussen een legale commerciële lading.
De zending was volgens de autoriteiten onderweg naar Liverpool en maakte deel uit van een internationale transportstroom via zeecontainers.
Juist dat soort reguliere logistieke routes wordt vaker gebruikt om illegale goederen ongemerkt grenzen over te krijgen.
De onderschepte partij had in de Verenigde Staten een geschatte straatwaarde van tientallen miljoenen dollars. Als de lading daadwerkelijk in Europa was aangekomen, had die waarde volgens inschattingen nog verder kunnen oplopen door hogere straatprijzen in het Verenigd Koninkrijk.
De Amerikaanse autoriteiten spreken van een grote slag in de strijd tegen grootschalige drugssmokkel via de internationale scheepvaart. Containerschepen blijven daarbij een belangrijk aandachtspunt, omdat ze grote hoeveelheden goederen tegelijk vervoeren en daardoor lastig volledig te controleren zijn.
Het onderzoek naar de herkomst van de lading en de betrokken organisaties achter de smokkel loopt nog.
Volgens de douane is het doel om niet alleen de zendingen zelf te onderscheppen, maar ook de netwerken erachter in kaart te brengen.

