Na 35 jaar heeft de politie een doorbraak bereikt in een cold case rond de verkrachting van een minderjarig meisje in Bodegraven.
Een 58-jarige man uit de gemeente Altena (Noord-Brabant) is woensdag 14 mei aangehouden op verdenking van de misdaad. De rechter-commissaris heeft het voorarrest van de man op vrijdag met veertien dagen verlengd.
De verkrachting vond plaats op 30 maart 1990. De verdachte belde toen aan bij de woning van het meisje, dat alleen thuis was. Onder valse voorwendselen wist hij binnen te komen. Vervolgens bedreigde hij haar meerdere keren met een mes en verkrachtte haar. Destijds kon de zaak niet worden opgelost, maar de politie slaagde er wel in om DNA van de dader veilig te stellen.
De doorbraak kwam dankzij internationale samenwerking binnen het kader van het Verdrag van Prüm, dat uitwisseling van DNA-profielen tussen landen mogelijk maakt. Toen ook het Verenigd Koninkrijk zich aansloot bij dit verdrag, werd een mogelijke match ontdekt tussen een DNA-spoor uit een Engelse zaak uit 2003 en het Nederlandse spoor uit 1990. Nader onderzoek leidde tot de identificatie van de Nederlandse verdachte.
Na zijn aanhouding legde de man een bekennende verklaring af. Spoedonderzoek bevestigde dat zijn DNA overeenkomt met het spoor dat in 1990 is veiliggesteld. Het slachtoffer is door de politie op de hoogte gesteld van de arrestatie en de ontwikkelingen in het onderzoek.
Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn tevens verboden wapens en munitie aangetroffen. Om die reden wordt hij niet alleen verdacht van verkrachting, maar ook van verboden wapenbezit. Het onderzoek naar de zaak wordt voortgezet.


