Albert Hazelhoff, directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), waarschuwt dat de huidige verkeersboetes en hun verhogingen niet langer in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.
Volgens Hazelhoff zijn de boetes en de daaropvolgende verhogingen aanzienlijk hoger dan vergelijkbare sancties binnen het strafrecht, wat kan leiden tot verwarring bij mensen met meerdere boetes of bestaande schulden.
Momenteel wordt na een eerste verhoging anderhalf keer het oorspronkelijke boetebedrag gevraagd en bij een tweede verhoging driemaal het originele bedrag. Hazelhoff pleit voor minder of slechts één verhoging om de verhouding met de overtreding te herstellen en financiële druk voor burgers te beperken.
Hij benadrukt dat het systeem van verkeersboetes op zich goed functioneert en buiten het strafrecht moet blijven, zodat relatief kleine overtredingen de strafrechtketen niet onnodig belasten.
Minister Foort van Oosten van Justitie en Veiligheid erkent dat de boetes hoog zijn, maar wil ze niet verlagen vanwege het belang van de opbrengsten voor de financiering van politie, brandweer en andere justitiële taken.
Volgens de minister hebben boetes ook een preventieve functie: wie zich aan de verkeersregels houdt, voorkomt boetes en hoge kosten. Mensen die moeite hebben met betalen kunnen bovendien een regeling treffen, zodat de verhogingen niet automatisch tot grote schulden leiden.
Hazelhoff benadrukt dat het vooral gaat om een eerlijke verhouding tussen boetebedrag en verhogingen, zodat het systeem transparant blijft voor burgers en de negatieve effecten van schulden beperkt worden.

